RF 2021/2
Is voor het verrichten van een betaaldienst in de vorm van een geldtransfer vereist dat het geld op enig moment giraal wordt overgemaakt?
HR 10-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1753
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 november 2020
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, M.T. Boerlage
- Zaaknummer
18/04416
- Conclusie
A-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS252147:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1753, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:725, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑08‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑08‑2019
- Wetingang
Essentie
Hawala-bankieren.
Is voor het verrichten van een betaaldienst in de vorm van een geldtransfer vereist is dat het geldmiddel op enig moment giraal wordt overgemaakt?
Kan het bewezenverklaarde uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener als strafbaar feit in de zin van art. 2:3a lid 1 Wft worden gekwalificeerd als de tenlastelegging en bewezenverklaring niet inhouden dat het feit is begaan door een persoon “met zetel in Nederland”?
Samenvatting
Hof Amsterdam komt op basis van verschillende transacties die de verdachte als Hawala-bankier heeft gefaciliteerd tot de conclusie dat de verdachte opzettelijk zonder vergunning van DNB ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.