JWB 2010/211
Gemeenterecht
HR 21-05-2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0897
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2010
- Zaaknummer
09/02427
- LJN
BM0897
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BM0897, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM0897, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑04‑2010
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Gemeenterecht
Samenvatting
Casus
In deze zaak is onder meer aan de orde wanneer de in art. 26 lid 2 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) bedoelde termijn van acht weken aanvangt, of ook een (krediet)hypotheek door een nietigverklaring op grond van art. 26 Wvg kan worden getroffen en of de rechter overeenkomsten waarvan hij geen kennis heeft kunnen nemen, desalniettemin op grond van die bepaling nietig kan verklaren.
Rechtsvraag
Begint de termijn van acht weken zoals voorzien in art. 26 lid 2 Wvg te lopen zodra de gemeente kennis heeft gekregen van het bestaan en de inhoud van de betrokken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.