Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/1.4
1.4 Terminologie
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS91013:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Brahn 1991,p. 1; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/955; Reehuis 2013, nr. 26; Snijders & Rank-Berenschot 2017/486; Verheul 2018, p. 1-3.
Art. 3:92 lid 2 BW en 7:39 BW.
Ook de UNCITRAL Model Law on Secured Transactions (art. 2 sub a en b) en de Draft Common Frame of Reference (art. IX. – 1:201 sub 3) beperken het acquisition finance right niet tot krediet dat door de leverancier wordt verstrekt. Ik beperk mij tot de positie van de leverancier die verkoper is van de zaken.
Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/743. Zie ook Verheul 2018, p. 43-45.
Zweigert & Kötz 1998, p. 10; Adams, AA 2011, p.195.
Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/2; Snijders & Rank-Berenschot, 2017/482. Anders: Verheul 2018, p. 42.
Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/743, 962; Snijders & Rank-Berenschot 2017/482.
In dit proefschrift gebruik ik een aantal termen die uitleg behoeven, omdat zij geen vastomlijnde definitie hebben of op meerdere wijzen kunnen worden geïnterpreteerd.
Leverancierskrediet is de uitgestelde betaling van de koopprijs (in termijnen) voor zaken die de leverancier aan de koper levert.1 In alle onderzochte rechtsstelsels wordt deze definitie van leverancierskrediet in meer of mindere mate verruimd. Zo valt in het Nederlandse recht ook een vordering uit hoofde van werkzaamheden met betrekking tot de geleverde zaken onder leverancierskrediet in het kader van het eigendomsvoorbehoud, terwijl in het Belgische recht het eigendomsvoorbehoud slechts de koopprijsvordering en daarbij behorende kosten secureert. Daarnaast bestaan verschillen in de invulling van het begrip leverancierskrediet tussen verschillende rechtsfiguren binnen een rechtsstelsel. Zoals gezegd, kan het eigendomsvoorbehoud in het Nederlandse recht mede strekken tot zekerheid van vorderingen uit hoofde van werkzaamheden, terwijl het recht van reclame in het Nederlandse recht beperkt is tot (het onbetaalde gedeelte van) de koopprijsvordering.2 Het is daarom niet mogelijk om één sluitende definitie van het begrip leverancierskrediet te formuleren. Wel is een aantal gemeenschappelijke kenmerken aan te wijzen. Ten eer- ste gaat het om de tegenprestatie voor de verkoop (en levering) van een zaak door de leverancier aan de koper. Ten tweede geschieden de prestaties van beide partijen niet gelijktijdig. De leverancier verleent de koper uitstel van betaling en verkoopt de zaak dus op krediet. Ten derde gaat het om de vordering van de leverancier op de koper. Dit lijkt evident. In Article 9 van de Uniform Commercial Code staat het equivalent van het eigendomsvoorbehoud echter niet alleen ter beschikking aan de verkoper, maar ook aan financiers die krediet verstrekken dat wordt aangewend ter verkrijging van de zaken door de koper (de zogeheten purchase-money obligation).3 Ik beperk mij tot de vordering die ontstaat door de verkoop (en levering) van de zaak door de leverancier aan de koper.
In het vervolg zal worden gesproken van voorrang(srecht), voorrangspositie en verhaal. Ik hanteer deze begrippen in een bredere zin dan strikt genomen passend is in het Nederlandse recht. Voorrang(srecht) in eigenlijke zin is het recht van een schuldeiser om in het geval van een concursus zijn vordering te voldoen uit de netto-executieopbrengst van goederen van de schuldenaar vóór de concurrente schuldeisers in het geval de debiteur niet in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen (art. 3:277 jo. 3:278 BW).4 Dit recht heeft de leverancier die naar Nederlands recht bijvoorbeeld een voorbehouden pandrecht heeft. Het eigendomsvoorbehoud verschaft de leverancier in strikte zin geen voorrang. De leverancier voldoet zijn vordering op de koper namelijk niet uit de opbrengst van zaken van de koper, maar hij revindiceert zijn zaken. Hierbij ontstaat geen concursus met andere schuldeisers van de koper. Er is dus geen sprake van een rangorde tussen meerdere zekerheidsrechten. In dit proefschrift worden de begrippen voorrang en voorrangspositie (voor leverancierskrediet) breder opgevat. Het begrip voorrangspositie omvat ten eerste het recht van de leverancier om zich te verhalen op de op krediet geleverde zaken als de koper de koopprijs niet betaalt, zulks met voorrang boven andere schuldeisers, bijvoorbeeld op grond van een te zijner gunste gevestigd pandrecht. Ten tweede versta ik onder voorrangspositie het recht van de leverancier om de geleverde zaken terug te nemen en niet in concursus te raken met andere schuldeisers van de koper, bijvoorbeeld op grond van een door de leverancier bedongen eigendomsvoorbehoud. Uiteindelijk hebben de verschillende rechtsfiguren die deze voorrangspositie creëren namelijk een vergelijkbare functie ondanks het verschil in benaming en juridische vormgeving: zij verstrekken goederenrechtelijke zekerheid voor leverancierskrediet. Op grond van deze meer functionele benadering kunnen bijvoorbeeld het eigendomsvoorbehoud en de purchase-moneysecurityinterest in een vergelijking worden betrokken.5 Het gaat dus om de goederenrechtelijk versterkte positie die door de wet (of rechtspraak) is toegekend aan de leverancier die zaken op krediet heeft verstrekt aan de koper en is verbonden aan zijn (koopprijs)vordering op de koper. Deze goederenrechtelijke positie duid ik hierna afwisselend aan als de voorrangspositie voor leverancierskrediet en de voorrangspositie van de leverancier.
Ook de term zekerheid hanteer ik in ruime zin. Ik sluit mij aan bij de in de literatuur al tamelijk gebruikelijke benadering dat het eigendomsvoorbehoud en recht van reclame worden behandeld als zekerheid (srechten) op grond van hun zekerheidsfunctie.6 Tevens wordt het begrip verhaalsrechtruim opgevat. Naast de mogelijkheid van de schuldeiser teneinde het vermogen van de schuldenaar te gelde te maken om zich uit de netto-opbrengst te voldoen, versta ik hieronder het revindiceren van geleverde zaken door de leverancier op grond van een recht van reclame of eigendomsvoorbehoud. Strikt genomen bieden deze rechtsfiguren meer dan verhaal.7 De leverancier kan namelijk zijn eigendom revindiceren, indien de koper de koopprijs niet betaalt. De functie is echter ver- gelijkbaar met het nemen van verhaal op grond van bijvoorbeeld een pandrecht. De eigendom strekt tot zekerheid van betaling van de koopprijs. Is de koper in verzuim met deze betaling, dan kan de leverancier zijn zaken revindiceren.
Op het gebruik van het begrip Amerikaans recht kom ik terug bij de verantwoording van de rechtsvergelijking in paragraaf 1.5.