NJ 1939/93
Onteigening door gem. Amsterdam ten behoeve van het Boschplan. Middellijke en onmiddellijke gevolgen van dat plan voor de waarde van het te onteigenen goed.
HR 26-08-1938, ECLI:NL:HR:1938:80, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 augustus 1938
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Fick, Servatius, van der Meulen en van Regteren Altena
- Zaaknummer
[26081938/NJ_1939-93]
- Conclusie
Mr. Rombach
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- JCDI
JCDI:ADS163451:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1938:80, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑08‑1938
- Wetingang
(OW art. 40.)
Essentie
Onteigening door gem. Amsterdam ten behoeve van het Boschplan. Middellijke en onmiddellijke gevolgen van dat plan voor de waarde van het te onteigenen goed.
Samenvatting
Onder de werkelijke waarde, in art. 40 Onteig.wet bedoeld, kan niet worden begrepen de waardevermeerdering teweeggebracht door niets anders dan hetgeen de onteigenaar zelf aanlegt. De Rechtb. heeft derhalve terecht bij de waardeering van de te onteigenen perceelen de gevolgen van het Boschplan — de „middellijke" en de „onmiddellijke" gevolgen, volgens de deskundigen — ter zijde gelaten.
Partij(en)
George Frederik Kauffmann, wonende te Amsterdam, eischer tot cassatie van een vonnis der Arr.-Rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.