JWB 2016/241
Insolventierecht
HR 24-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1308
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 juni 2016
- Zaaknummer
16/01564
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1308, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:530, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑05‑2016
- Wetingang
Art. 80a RO, 358 lid 2 Fw
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Aanleiding is de beëindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling zonder schone lei.
Rechtsvraag
-
Beslissing
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden; in dat wordt verwezen naar et standpunt van de Procureur-Generaal onder 4 – 7). De Hoge Raad verklaart daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk.
Partij(en)
24 juni 2016
Eerste ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.