Uit bewijsmiddel 1, 5 en 10 blijkt immers dat de telefoon is aangetroffen in de tuin van de woning van de verdachte, uit bewijsmiddel 10 blijkt dat de verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem is en uit bewijsmiddel 1 blijkt dat de verdachte met deze telefoon naar de MediaMarkt is gegaan en telefoons heeft gekocht ten laste van de aangever [slachtoffer 1] .
HR, 18-03-2025, nr. 22/03913
ECLI:NL:HR:2025:333
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18-03-2025
- Zaaknummer
22/03913
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:333, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1233
ECLI:NL:PHR:2024:1233, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑11‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:333
- Vindplaatsen
Uitspraak 18‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Phishing-fraude met behulp van valse betaalverzoeken. Medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab.1 Sr), medeplegen van voorhanden hebben van toegangscodes (art. 139d.2.b Sr), medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. aangeefster A. 2. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. aangeefster B. 3. Bewijsklacht oplichting. Is bank t.a.v. B bewogen tot afgifte van geldbedrag? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:1316 m.b.t. medeplegen en in het bijzonder afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat A en persoon die zich C noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer, op 30-4-2018 tussen 18.44 uur en 19.39 uur via WhatsApp berichten uitwisselden. In dat berichtenverkeer werd A door C bewogen om betaling via Tikkie te doen. Daardoor werd zij geleid naar phishingsite. A logde in op deze phishingsite en vulde TAN-code in. Met behulp van deze gegevens werd vervolgens ingelogd in account van A bij bank, waarna een telefoon werd aangemeld op dat account. Diezelfde avond werd om 21.33 uur bij winkel met behulp van Mobiel Betalen App vanaf betaalrekening van A contactloze betaling van € 2.118,05 gedaan i.v.m. aankoop van 2 telefoons. Deze aankoop werd gedaan door medeverdachte D. Op 29-5-2018 begaven verbalisanten zich naar woning van verdachte om hem aan te houden. Zij zagen dat verdachte o.m. telefoon (waaraan telefoonnummer was gekoppeld) probeerde te verstoppen in zijn tuin. Verdachte heeft over die telefoon verklaard dat hij telefoon (die van hem is en welke telefoon ook door medeverdachte D werd gebruikt) heeft gebruikt als betaalmiddel voor aankopen bij winkels op 13-4-2018 op rekening van E. In zijn bewijsoverwegingen heeft hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet aannemelijk is geworden dat telefoon uitsluitend door anderen dan verdachte werd gebruikt. Verder heeft hof geoordeeld dat verdachte op 30-4-2018 Tikkie-link heeft gestuurd aan A. Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk in het licht van ’s hofs vaststellingen over gebruik van deze telefoon door verdachte en verstoppen van deze telefoon door verdachte, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte de telefoon aan begin en aan einde van periode waarin bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden voorhanden had en hij dus kennelijk gedurende deze hele periode daarover kon beschikken. ’s Hofs op dit alles gebaseerde oordeel dat door hem in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om bij tlgd. feiten voor wat betreft A te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn mededader(s), getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat B op 28-5-2018 via WhatsApp werd benaderd door persoon die zich F noemde. F vroeg aangeefster B of zij € 0,01 wilde overmaken zodat hij kon zien of haar gegevens klopten. B heeft via F betaalverzoek ontvangen waarbij zij op link moest klikken. Zij heeft link aangeklikt en haar ING-inloggegevens ingevuld. Er is vervolgens door derde gebruikgemaakt van haar bankgegevens en geldbedrag van € 2,51 is van haar bankrekening overgeschreven naar bankrekening die haar niet bekend was. Op 29-5-2018 begaven verbalisanten zich naar woning van verdachte om hem aan te houden. Verbalisanten zagen dat verdachte o.m. telefoon probeerde te verstoppen in zijn tuin. Deze telefoon bevatte 5 ontvangen schermopnamen met diverse bankgegevens van bankrekening op naam van B en Tikkie-link van € 0,01 op website. Verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem was. Hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel tlgd. medeplegen bewezen is. ’s Hofs oordeel dat door hem in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn mededader of mededaders, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat hof in zijn bewijsoverwegingen (waarin het heeft betrokken benodigde snelheid om Tikkie-fraude te laten slagen en vergelijkbare handelwijze t.a.v. slachtoffers E en A) als zijn niet onbegrijpelijke oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat aan verkrijgen van inloggegevens van B, voorhanden hebben van die inloggegevens en gebruik ervan om in te loggen in server en/of netwerk van bank en geldbedrag over te schrijven vanaf bankrekening van B, vooropgezet plan van verdachte en zijn mededader(s) ten grondslag lag. Ad 3. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat bedrag van € 2,51 van bankrekening van B is overgeschreven naar bankrekening die aangeefster B niet bekend was. Hieruit heeft hof kennelijk afgeleid dat bank op bewezenverklaarde manier is bewogen tot afgifte van geldbedrag van € 2,51. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 22/03872 en 22/03889.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03913
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2022, nummer 22-005731-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam , bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde voor wat betreft de aangevers [aangeefster 2] en [aangeefster 3] , de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Bewezenverklaring en bewijsvoering
2.1
Ten laste van de verdachte is onder 1, 2 en 3 bewezenverklaard dat:
“1.
hij op tijdstippen in de periode van 13 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) één of meer geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een server en/of netwerk van de ING Bank, is binnengedrongen, althans een deel daarvan, doordat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)
“Tikkie” link(s) heeft/hebben verzonden naar [aangever 1] (zaak MediaMarkt) en [aangeefster 2] (zaak lederen jas) en [aangeefster 3] (zaak CD speler), waarbij die [aangever 1] en [aangeefster 2] en [aangeefster 3] , naar phishing website(s) werden geleid, waardoor (inlog)gegevens van de bankrekeningen van voornoemde personen zijn opgevangen/afgevangen en/of achterhaald,
waarna verdachte en/of zijn mededader(s) vervolgens (telkens) inlogden met die aldus verkregen gegevens (al dan niet met behulp van mobiel bankieren betaal-apps van die bank) op voornoemd(e) geautomatiseerd(e) werk(en);
2.
hij op tijdstippen in de periode van 11 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
(telkens) één of meerdere toegangscode(s) en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden verkregen tot een (deel van een) geautomatiseerd(e) werk(en) heeft verworven, ingevoerd en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,
door één of meerdere TAN codes en/of (inlog)gegevens, althans één of meerdere toegangscodes van [aangever 1] (zaak MediaMarkt) en [aangeefster 2] (zaak lederen jas) en [aangeefster 3] (zaak CD speler),
voorhanden te hebben gehad;
3.
hij op tijdstippen in de periode van 13 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid ING Bank (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), althans tot afgifte van enig goed,
hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
inlog- en/of accountgegevens en/of gebruikersgegevens van (ING) bankrekeningen van [aangever 1] en [aangeefster 2] en [aangeefster 3] heimelijk en zonder toestemming verworven en/of (vervolgens)
met die gegevens (van de ING bankrekeningen van die [aangever 1] en [aangeefster 2] en [aangeefster 3] ) ingelogd op de server en/of website en/of een netwerk, althans een deel daarvan, van voornoemde ING Bank, als zijnde hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [aangever 1] en/of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en (vervolgens)
(al dan niet met behulp van een mobiel bankieren app van ING Bank op naam van die [aangever 1] en [aangeefster 2] en [aangeefster 3] ) (digitaal) één of meerdere goederen aangekocht/betaald, waardoor ING Bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.”
2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 en 31 augustus en 29 september 2022 verklaard - zakelijk weergegeven -:
[aangever 1]
U vraagt mij naar de tenlastegelegde handelingen met betrekking tot de [aangever 1] . Ik wilde snel geld verdienen en ben zomaar in het diepe gesprongen. De telefoon, een Samsung Galaxy J3, is afkomstig van het snel geld verdienen. Deze telefoon die door de rechtbank Samsung II wordt genoemd, heb ik verstopt. Het klopt dat deze telefoon in mijn woning is aangetroffen en dat deze telefoon met name door de [medeverdachte] werd gebruikt. Ik wist dat hij de telefoon niet gebruikte voor persoonlijke doeleinden en snel geld verdiende.
Met die telefoon, de Samsung II, ben ik naar de MediaMarkt gegaan en heb ik telefoons gekocht. De Samsung II gebruikte ik als betaalmiddel. In ruil voor het kopen van de telefoons mocht ik iets voor mijzelf kopen. Ik heb toen een Chromebook voor mijzelf gehaald.
2. De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 oktober 2019 verklaard - zakelijk weergegeven - (blz. 19 van het proces-verbaal ter terechtzitting)
Ik heb in 2018 bij MediaMarkt en Albert Heijn betaald met een telefoon.
3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 16 april 2018 van de politie Eenheid [...] met nr. [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 99-101 en 103-114, Zaaksdossier MediaMarkt):
als de op 16 april 2018 afgelegde verklaring van [aangever 1] :
Op vrijdag 13 april 2018 kreeg ik opnieuw contact met de verkoper die zich dit keer voorstelde als [naam 2] .
Uiteindelijk wilde deze [naam 2] de spullen wel van mij kopen en we spraken een prijs af en hij vroeg mij om een betalingsopdracht via iDeal. Ik heb op zijn verzoek zelfs 1 eurocent overgemaakt via deze betalingsopdracht. Ik moest ook mijn pasnummer en vervaldatum van mijn pinpas aan hem bekendmaken onder het betalingsverzoek op [internetsite ] waarna hij het geld inclusief verzendkosten wat wij hadden afgesproken zou overmaken.
Op 13 april 2018 omstreeks 21.30 uur zag ik echter toen ik op mijn rekening keek dat er diverse betalingstransacties hadden plaatsgevonden bij Albert Heijn in [plaats] en de MediaMarkt eveneens te [plaats] .
Het totale nadeel door deze twee transacties is voor mij daardoor 2440.70 euro.
Van de potentiële koper weet ik alleen diens naam [naam 3] of [naam 2] en diens [telefoonnummer] .
4. Een geschrift, zijnde een schriftelijke aangifte van [betrokkene 1] , namens ING, d.d. 26 juli 2018, opgemaakt en ondertekend door [betrokkene 1] , werkzaam bij ING als fraudespecialist, met [nummer] . Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 115-127, Zaaksdossier MediaMarkt):
Aanleiding onderzoek:
Vanaf april 2018 wordt door ING vastgesteld dat diverse klanten slachtoffer zijn van fraude met frauduleus geïnstalleerde Mobiel Bankieren Apps en bijbehorende Mobiel Betalen App. De slachtoffers worden allen benaderd via Marktplaats en door de fraudeurs verleidt tot het doen van een identificerende betaling van € 0,01 cent via Tikkie, met als doel het “vaststellen van de identiteit van de verkoper”. In werkelijkheid worden de slachtoffers naar een phishingsite geleid alweer zij hun gebruikersnaam, wachtwoord en een TAN code invullen. De fraudeurs loggen met deze data in op de MING account van het slachtoffer en installeren op een eigen mobiel toestel de Mobiel Bankieren App en de Mobiel Betalen App. Hiermee worden op een later tijdstip frauduleuze aankopen gedaan. De verschillende dossiers laat diverse overeenkomstigheden zien, waaronder m.b.t. het gebruikte IP adres en het gebruikte mobiele toestel voor de installatie van de Mobiele Apps.
Benadeelde klant
[rekeningnummer]
[aangever 1]
[plaats]
Op 13 april 2018 is een nieuw mobiel device aangemeld op het account van benadeelde klant.
Middels de Mobiel Betalen App hebben de volgende contactloze betalingen plaatsgevonden:
16-04-2018 Mediamarkt [plaats] BA - 2.357,20
Pasvolgnr: [nummer]
Transactie: [nummer] Term: [nummer]
16-04-2018 Albert Heijn [plaats] NLD BA - 83,40
Pasvolgnr: [nummer]
Transactie: [nummer] Term: [nummer]
5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 mei 2018 van de politie Cybercrime Team [...] met nr. [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 475-487, Zaaksdossier MediaMarkt):
als de op 29 mei 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: Collega’s aan de achterkant van je huis hebben je spullen weg zien stoppen achter in de tuin.
A: Een autosleutel en een iPhone 8 en een Samsung.
A: Ik ben het op de foto van de Mediamarkt [het hof begrijpt: een foto van de beveiligingsbeelden van 13 april 2018].
V: We hebben de bon opgevraagd bij de mediamarkt en daaruit blijkt dat je 2 maal een Apple iPhone X hebt gekocht en een Acer Chromebook. Wat kan je daarover verklaren?
A: 13 april moest ik wel voor iemand wat halen. Ik mocht er 1 Chromebook van houden. Ik mocht een witte Chromebook houden.
A: Ik kwam met iemand in contact, we hebben toen gegevens gedeeld en ik heb gezegd dat ik snel geld nodig had. Later hebben wij afgesproken op het [plaats] . Bij het station heb ik hem ontmoet. Toen heeft mij uitgelegd wat ik moest doen.
V: Wat was zijn naam dan?
A: Ze waren met z’n tweeën, een Marokkaan en een Nederlander. De ene heette [betrokkene 2] en die Nederlander [betrokkene 3] .
V: Wie zijn telefoon heb je tijdens het betalen van die spullen bij de Mediamarkt gebruikt?
A: Dat was de telefoon van [betrokkene 3] .
V: Wat voor telefoon was dat?
A: Een Samsung.
6. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 mei 2018 van de politie Cybercrime Team [...] met nr. [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 488-494, Zaaksdossier MediaMarkt):
als de op 31 mei 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: Wij zien, na onderzoek, dat jij op 13 april 2018 om 20:24 uur bij een Albert Heijn een aanschaf doet van 83,40 euro. Dat gebeurt op dezelfde manier als dat je het bij de mediamarkt doet.
V: Wij zullen jou een foto tonen van de Albert Heijn en de persoon die die aanschaf doet. Wie is dat?
A: Dat ben ik, 100%.
7. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2018 van de politie Eenheid [...] met [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 12-15, Zaaksdossier Lederen Jas):
als de op 1 mei 2018 afgelegde verklaring van [aangeefster 2] :
Op 25 april 2018 omstreeks 20.30 uur heb ik via Marktplaats contact gehad met een persoon die zich voorstelde als zijnde [naam 4] .
De persoon [naam 4] zei dat zijn vader het telefoonnummer van mij nodig had, zodat hij mij kon bellen om de betaling te regelen. Ik heb mijn telefoonnummer [telefoonnummer] opgegeven.
Op 30 april 2018 omstreeks 18.44 uur kreeg ik weer een bericht van [naam 4] [telefoonnummer] .
De persoon [naam 4] kwam toen met een betalingsverzoek.
Ik kreeg een Euroteken in mijn scherm met daarnaast de tekst Betaalverzoekjes via WhatsApp (Eenvoudig, en veilig je vriend.
In dit bericht stond een tekst van [naam 4] : “Kun je mij 0.01 eurocent betalen voor “controle” via [internetsite ] “deze link is geldig t/m 2 mei”.
Ik heb de site aangeklikt en ik kwam op een voor mij onbekende site, ik zag dat ik dan geregistreerd werd en ik moest kiezen welke betalingsmethode en welke bank ik wilde betalen.
Ik heb gekozen voor iDeal.
Daarna moest ik op een normale wijze inloggen mijn bank te kiezen INGB bank en dan normaal inloggen met mijn gebruikersnaam en wachtwoord.
Ik had op mijn bankrekening een bedrag staan van ongeveer 1900 euro.
En op mijn spaarrekening die is gekoppeld aan mijn betaalrekening ongeveer 2500 euro.
Ik mag niet rood staan.
Nadat ik was ingelogd op het ING scherm antwoordde [naam 4] : Als u het meteen betaalt zou ik het meteen moeten ontvangen (18.46 uur)
Dan krijg ik het navolgende bericht: om 18.59 uur
Ik krijg de melding dat u de volgnummer [nummer] van uw tanlijst moet gebruiken.
Ik gebruik inderdaad tancode lijsten afkomstig van de INGB bank voor mijn bankzaken over te schrijven.
Mijn bankrekeningnummer van de INGB bank is [rekeningnummer] ten naam van [aangeefster 2] .
[naam 4] gaf mij de navolgende berichten om het volgende uit te voeren.
19.00
uur Die moet u invullen
Daar achter staat een code die moet u invullen
Niet de code [nummer] zelf
Van uw tan lijst
Het is een 6 cijferige code die achter volgnummer [nummer] staat.
Die moet u invullen
Op uw tan lijst
19.05
Heeft u het gevonden
Om 19.08 uur geef ik antwoord: Ja ik heb de tancode ingevoerd maar kom weer bij begin scherm uit.
Als u geregistreerd bent ( [naam 4] 19.16)
Dan hoeft u het niet nogmaals te doen
Het duurt soms even voordat de betaling door komt (19.17 uur)
Dan schrijf ik: Hallo [naam 4] , ik heb het 3x geprobeerd. Krijg steeds dezelfde melding. Activering is voltooid. Zie dat ik bericht krijg via SMS maar mijn tancodes krijg ik via brief. Misschien ligt het daaraan? Nee hoor er wordt niks afgeschreven van mijn rekening.
Ik kon op het inlogscherm van de INGB bank niets zien dat er werd afgeschreven.
De onbekende persoon [naam 4] schreef: “ja dat is inderdaad beter, maar ik zal het wel terug sturen als ik het heb ontvangen” (19.35 uur).
Ik schrijf terug: “ik app of bel je morgen wel”.
[naam 4] antwoordt 19.39 uur: Dat is goed. Ik kon niets zien op mijn internetbankieren van de ING dat er iets was afgeschreven. Ik ben uitgelogd.
Ik heb gezegd dat ik op 1 mei 2018 zou kijken of het allemaal gelukt was.
Op 1 mei 2018 omstreeks 09.30 uur heb ik ingelogd op mijn internetbankieren met eerder genoemd bankrekeningnummer. Ik zag dat er op 30 april 2018 om 21.33 uur een geldbedrag was afgeschreven van 2.118,05 euro (zegge: tweeduizendhonderdachttien euro en vijf euro cent) naar de MediaMarkt te [plaats] .
Ik zag pasvolgnummer [nummer] uur, transactie [nummer]
Term: [nummer]
30 april 2018 (Reservering).
Mutatie Betaalautomaat.
8. Een geschrift, zijnde een schriftelijke aangifte van [betrokkene 1] , namens ING, d.d. 26 juli 2018, opgemaakt en ondertekend door [betrokkene 1] , werkzaam bij ING als fraudespecialist, met [nummer] . Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 46-58, Zaaksdossier Lederen Jas):
Benadeelde klant
[rekeningnummer]
[aangeefster 2]
[plaats]
Op 30 april 2018 is vanaf [ip-adres] frauduleus een Samsung SM-J330FN aangemeld op het account van benadeelde klant.
Middels de Mobiel Betalen App heeft de volgende contactloze betaling plaatsgevonden:
02-05-2018 MM [plaats] NLD BA - [nummer]
Pasvolgnr: [nummer]
Transactie: [nummer] Term: [nummer]
9. Een proces-verbaal digitaal onderzoek GSM - [nummer] d.d. 30 mei 2018 van de politie Eenheid [plaats] met [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1-11, Zaaksdossier Lederen Jas) :
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 29 mei 2018 stelde ik een onderzoek in aan een in beslag genomen goed, een mobiele telefoon, merk Samsung, type Galaxy J3. Deze mobiele telefoon was voorzien van het inbeslagname [nummer] en zou volgens opgave van aanvrager in gebruik zijn bij de [verdachte] .
Verzocht werd de gegevens veilig te stellen, die mogelijk in deze mobiele telefoon stonden opgeslagen.
Omschrijving mobiele telefoon
Merk : Samsung
Type : Galaxy J3 (SM-J330FN)
IMEI : [nummer]
Serienummer : [nummer]
Provider : Vodafone
Telefoonnummer : [telefoonnummer]
De pincode van de SIM-kaart bleek na onderzoek 0000 te zijn.
Met gebruikmaking van de daartoe bestemde soft- en hardware werden door mij, voor zover mogelijk, de in het toestel aanwezige gegevens geautomatiseerd uitgelezen. Het rapport met de uitgelezen gegevens heb ik, onder de [bestandsnaam] digitaal opgeslagen en ter beschikking gesteld aan de aanvrager.
Daar dit een gecodeerd toestel betreft, zijn slechts enkele bestanden uitgelezen. Deze bestanden heb ik geëxporteerd en afzonderlijk, in de map “export”, digitaal opgeslagen en ter beschikking gesteld aan de aanvrager. Ik zag dat dit, onder andere, de navolgende bestanden betrof:
- Drie schermopnamen in de map “DCIM\Screenshots”, waaronder:
• Één schermopname, genaamd [bestandsnaam] van een gmail genaamd [e-mailadres]
• Één schermopname, genaamd [bestandsnaam] , van een chat gesprek, vermoedelijk op de website Marktplaats.nl, met een gebruiker genaamd [naam 5]
- Diverse bestanden in de map “Download\Turbo” waaronder:
• De bestanden “index.html”, “index4.html” en “respons.php”, die samen deel uitmaken van een website, mogelijk om login gegevens van gebruikers van deze website af te vangen.
• Één logbestand, genaamd [bestandsnaam] , waarin diverse login gegevens van gebruikers zijn opgeslagen.
Ambtshalve is mij bekend dat de app genaamd “Turbo Client” een app is waarbij je een website kan onderhouden. Mogelijk betreft dit de gedownloade bestanden van deze app.
• Diverse foto’s en schermopnamen in de map “Whatsapp\Media\Whatsapp Images”, waaronder:
○ Vijf ontvangen schermopnamen, met diverse bankgegevens van de bankrekening “ [rekeningnummer] ” op naam van “ [aangeefster 3] ” en een tikkie link van €0,01 op de website genaamd “ [internetsite ] ”.
10. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 juni 2018 van de politie Cybercrime Team [plaats] met [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16-30, Zaaksdossier Lederen Jas):
als de op 6 juni 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: We hebben twee telefoons in beslag genomen. Die lagen in de tuin van de [a-straat] waar jij woont. Die zijn bij ons verwerkt onder de inbeslagname [nummer] en [nummer] . We hebben het daar eerder over gehad. Dat zijn jouw telefoons had jij verklaard?
A: De telefoons zijn allebei van mij. In de Samsung telefoon zit een Simkaart.
11. Een proces-verbaal bevindingen d.d. 29 mei 2018 van de politie Cybercrime Team [plaats] met [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 343, Zaaksdossier MediaMarkt):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op dinsdag 29 mei 2018, omstreeks 06.00 uur, stonden wij verbalisanten bij de poortdeur van de tuin, gelegen aan de [a-straat 1] te [geboorteplaats] . Wij verbalisanten stonden hier ter beveiliging, omdat op genoemd adres [verdachte] [het hof begrijpt: [verdachte] ] zou worden aangehouden.
Plotseling zag ik een manspersoon in de tuin liggen. Ik herkende deze persoon direct als zijnde [verdachte] .
Ik zag dat verdachte op zijn buik lag en met zijn handen en armen bewoog. De verdachte bewoog met zijn handen ter hoogte van de schutting. Wij verbalisanten zagen dat de verdachte kort hierna opstond en naar binnen wegliep via de schuifpui van genoemde woning.
Later bleek op de door ons verbalisanten aangewezen plek waar de verdachte met zijn handen had bewogen twee mobiele telefoons (Samsung en iPhone) en Mercedes autosleutel te zijn aangetroffen.
12. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2018 van de politie Cybercrime Team [plaats] met [nummer] Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 31-37 Zaaksdossier Lederen jas):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op dinsdag 19 juni 2018 werd middels een vordering 126nd van het Wetboek van Strafvordering alle facturen dan wel aankoop/retourbonnen bevraagd bij de Mediamarkt van de aankoop gedaan op 30 april 2018 te 21:33 uur.
Hierop heb ik verbalisant contact gehad met [betrokkene 4] , (...). [betrokkene 4] verklaarde mij dat:
- hij werkzaam is als beveiliger bij de MediaMarkt te [plaats] .
- Hij foto’s gemaakt had van de persoon die op 30 april 2018 om 21.33 uur twee Iphones had aangeschaft, [betrokkene 4] heeft hierop twee fotografische beelden en twee aankoopbonnen en een retour bon van voornoemde Iphones ter beschikking gesteld.
Na het bekijken van de fotografische afbeeldingen herkende ik daarin de eerder in het onderzoek aangehouden [medeverdachte] ; (...).
Lopende het onderzoek is gebleken dat de vermoedelijke gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] de [medeverdachte] was. Op de historische verkeersgegevens is te zien dat het nummer [telefoonnummer] op 30 april 2018 om 20:32 een data sessie heeft en daarbij een mast aanstraalt aan het [b-straat] te [geboorteplaats] . Om 21.32 is er wederom een data sessie waarbij de mast aan de [c-straat 1] te [plaats] aangestraald wordt. Dit is op een kleine honderd (100) meter afstand van de Mediamarkt gevestigd aan [d-straat 1] te [plaats] . Naar aanleiding van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de aankoop van de twee iPhone’s op 30 april 2018, in de mediamarkt te [plaats] , gedaan zijn door de [medeverdachte] .
13. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juni 2018 van de politie Eenheid [...] met [nummer] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16-18, Zaaksdossier CD Speler):
als de op 2 juni 2018 afgelegde verklaring van [aangeefster 3] :
Op zaterdag 26 mei 2018 werd ik via marktplaats benaderd door een man genaamd [naam 6] .
Op maandag 28 mei 2018 werd ik weer benaderd door [naam 6] via de whatsapp met 06 nummer [telefoonnummer] . [naam 6] vroeg mij of ik 0,01 cent wilde overmaken zodat hij kon zien of mijn gegevens klopte. Ik heb via deze [naam 6] een betaalverzoek ontvangen waarbij ik op een link moest klikken. Ik heb de link aangeklikt en hier moest ik mijn ING inloggegevens invullen ik heb dit meerdere gedaan omdat ik dacht dat de link niet werkte. Ik vroeg aan [naam 6] of ik zijn bankrekeningnummer mocht omdat de link niet werkte. Ik heb van [naam 6] een bankrekeningnummer ontvangen [rekeningnummer] op naam van [naam 7] , van deze bankrekening kreeg ik een melding dat het versturen van 0,01 cent niet gelukt was, ik heb dit via mijn bankierenapp op mijn mobiele telefoon verstuurd. Ik kreeg toen het bankrekeningnummer van [naam 6] zijn zus, die zou ook bij de ING bank zitten [rekeningnummer] op naam van [naam 8] . Ik heb via mijn bankierenapp op mijn mobiele telefoon wederom 0,01 cent proberen over te maken maar die gaf aan dat het genoemde rekeningnummer geblokkeerd, ik heb toen via mijn bankierenapp geld overgeboekt naar mijn eigen ABN bankrekening en dit ging goed.
[naam 6] heeft mij toen nog een bankrekeningnummer gegeven [rekeningnummer] op naam van [naam 9] te [plaats] , ik heb 0,01 cent via mijn mobiel bankieren app overgemaakt en dit keer ging het goed.
Ik ben op woensdag 30 mei 2018 benaderd via mijn ING bankierenapp dat ik contact moest opnemen met de klantenservice van de ING omdat mijn bankrekening geblokkeerd was. Ik heb toen direct gebeld met de ING en ik hoorde van een medewerkster van de afdeling fraude dat er iemand gebruik had gemaakt van mijn bankgegevens. Ik hoorde dat de ING de overschrijving heeft kunnen voorkomen. Er is een bedrag van 2,51 euro overgeschreven naar [rekeningnummer] op naam van [naam 10] en [naam 11] . Ik heb geen idee van wie dit bankrekeningnummer is.”
2.3
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder onder meer overwogen:
“ [aangever 1]
heeft een Tikkielink ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Diezelfde dag zijn er via een mobiel betalen app ten laste van zijn bankrekening betalingen bij MediaMarkt en Albert Heijn gedaan. De verdachte heeft verklaard dat hij deze betalingen heeft verricht. Daarbij maakte hij gebruik van een telefoon waarmee, kennelijk door toedoen van zijn mededaders, toegang tot de bankrekening van [aangever 1] werd verkregen, en daarmee tot een server en/of het netwerk van ING. Mede gelet op hetgeen verdachte heeft verklaard over het ter beschikking krijgen is het hof van oordeel dat de samenwerking met de persoon of personen die door middel van de Tikkie-fraude de telefoon hiervoor geschikt hadden gemaakt nauw en bewust was.
[aangeefster 2]
Op de dag van de aanhouding van de [verdachte] op 29 mei 2018, heeft hij onder andere geprobeerd twee mobiele telefoons, waaronder een Samsung telefoon, te verstoppen in zijn tuin. Aan deze Samsung telefoon met inbeslagnamenummer [nummer] , waarvan de verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betreft, was het telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld. De verklaring van de verdachte dat deze telefoon door anderen werd gebruikt, acht het hof niet aannemelijk. Vanaf dit telefoonnummer - en dus door de verdachte - is op 30 april 2018 de tikkielink gestuurd aan aangeefster [aangeefster 2] . Om 19.39 uur is het laatste contact tussen de aangeefster en de verdachte. Om 21.33 uur heeft de [medeverdachte] ten laste van de rekening van [aangeefster 2] een aankoop gedaan bij de MediaMarkt te [plaats] voor een bedrag van € 2.118,05. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de [medeverdachte] (en mogelijke andere daders) ten aanzien van de tenlastegelegde handelingen in dit zaaksdossier.
[aangeefster 3]
heeft op 28 mei 2018 een Tikkie-link vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer] ontvangen. Iemand anders dan de aangeefster heeft vervolgens gebruik gemaakt van haar bankgegevens. De ING bank heeft door tijdig ingrijpen een overschrijving kunnen voorkomen. Op de Samsung van de verdachte met het telefoonnummer eindigend op [nummer] zijn onder andere vijf schermopnamen met daarop diverse gegevens van de bankrekening van [aangeefster 3] en een Tikkie-link van €0,01 aangetroffen. De verdachte beschikte dus over de bankgegevens van [aangeefster 3] . Mede gelet op het bewijs in de zaken [aangever 1] en [aangeefster 2] en overige aangetroffen inhoud van de telefoon van de verdachte die - naar het oordeel van het hof - ziet op Tikkie-fraude, acht het hof bewezen dat de verdachte de bankgegevens van [aangeefster 3] met opzet op en wetenschap van de Tikkie-fraude heeft ontvangen. Gelet op de werkwijze bij Tikkie-fraude en de benodigde snelheid om deze te laten slagen, gaat het hof ervan uit dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen.”
3. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten voor zover deze betrekking heeft op [aangeefster 2] in het bijzonder voor wat betreft het medeplegen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
3.2
Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. (Vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.)
3.3.1
Het hof heeft in zijn bewijsvoering het volgende vastgesteld. [aangeefster 2] en een persoon die zich [naam 4] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] wisselden op 30 april 2018 tussen 18.44 uur en 19.39 uur via WhatsApp berichten uit. In dat berichtenverkeer werd [aangeefster 2] door [naam 4] bewogen om een betaling via Tikkie te doen. Daardoor werd zij geleid naar een phishingsite. [aangeefster 2] logde in op deze phishingsite en vulde een TAN-code in. Met behulp van deze gegevens werd vervolgens ingelogd in het account van [aangeefster 2] bij de ING Bank, waarna een Samsung SM-J330FN werd aangemeld op dat account. Diezelfde avond werd om 21.33 uur bij de MediaMarkt in [plaats] met behulp van de Mobiel Betalen App vanaf de betaalrekening van [aangeefster 2] een contactloze betaling van € 2.118,05 gedaan in verband met de aankoop van twee iPhones. Deze aankoop werd gedaan door de [medeverdachte] .Op 29 mei 2018 begaven verbalisanten zich naar de woning van de verdachte om hem aan te houden. Zij zagen dat de verdachte onder meer de Samsung Galaxy J3 (SMJ330FN) telefoon – waaraan het telefoonnummer [telefoonnummer] was gekoppeld – probeerde te verstoppen in zijn tuin. De verdachte heeft over die telefoon verklaard dat hij de telefoon – die van hem is en welke telefoon ook door de medeverdachte [medeverdachte] werd gebruikt – heeft gebruikt als betaalmiddel voor aankopen bij de MediaMarkt en Albert Heijn op 13 april 2018 op rekening van [aangever 1] .
3.3.2
In de onder 2.3 weergegeven overwegingen heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet aannemelijk is geworden dat de Samsung Galaxy J3 uitsluitend door anderen dan de verdachte werd gebruikt. Verder heeft het hof geoordeeld dat de verdachte op 30 april 2018 de Tikkie-link heeft gestuurd aan [aangeefster 2] . Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk in het licht van de onder 3.3.1 genoemde vaststellingen van het hof over het gebruik van deze telefoon door de verdachte en het verstoppen van deze telefoon door de verdachte, waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte de telefoon aan het begin en aan het einde van de periode waarin de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden voorhanden had en hij dus kennelijk gedurende deze hele periode daarover kon beschikken.
3.3.3
Het op dit alles gebaseerde oordeel van het hof dat de door hem in aanmerking genomen feiten en omstandigheden in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om bij het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde voor wat betreft [aangeefster 2] te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met zijn mededader of mededaders, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
3.4
Het cassatiemiddel faalt.
4. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten voor zover deze betrekking heeft op [aangeefster 3] in het bijzonder voor wat betreft het medeplegen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
4.2.1
Het hof heeft in zijn bewijsvoering het volgende vastgesteld. Op 28 mei 2018 werd [aangeefster 3] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 6] noemde. [naam 6] vroeg de aangeefster of zij € 0,01 wilde overmaken zodat hij kon zien of haar gegevens klopten. [aangeefster 3] heeft via [naam 6] een betaalverzoek ontvangen waarbij zij op een link moest klikken. Zij heeft de link aangeklikt en haar ING-inloggegevens ingevuld. Er is vervolgens door een derde gebruikgemaakt van haar bankgegevens en een geldbedrag van € 2,51 is van haar ING-bankrekening overgeschreven naar een bankrekening die haar niet bekend was.Op 29 mei 2018 begaven verbalisanten zich naar de woning van de verdachte om hem aan te houden. De verbalisanten zagen dat de verdachte onder meer een Samsung telefoon probeerde te verstoppen in zijn tuin. Deze Samsung telefoon bevatte vijf ontvangen schermopnamen met diverse bankgegevens van de bankrekening op naam van [aangeefster 3] en een Tikkie-link van € 0,01 op de website genaamd [internetsite ] . De verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem was.
4.2.2
Het hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tenlastegelegde medeplegen bewezen is. Het oordeel van het hof dat de door hem in aanmerking genomen feiten en omstandigheden in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking van de verdachte met zijn mededader of mededaders, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad mede in aanmerking dat het hof in zijn bewijsoverwegingen – waarin het heeft betrokken de benodigde snelheid om de Tikkie-fraude te laten slagen en de vergelijkbare handelwijze ten aanzien van de slachtoffers [aangever 1] en [aangeefster 2] – als zijn niet onbegrijpelijke oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat aan het verkrijgen van de inloggegevens van [aangeefster 3] , het voorhanden hebben van die inloggegevens en het gebruik ervan om in te loggen in een server en/of het netwerk van de ING Bank en een geldbedrag over te schrijven vanaf de bankrekening van [aangeefster 3] , een vooropgezet plan van de verdachte en zijn mededader of mededaders ten grondslag lag.
4.3
Het cassatiemiddel faalt.
5. Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
5.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde voor zover deze betrekking heeft op [aangeefster 3] . Aangevoerd wordt dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de ING Bank ten aanzien van [aangeefster 3] is bewogen tot de afgifte van een geldbedrag.
5.2
Het hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat een bedrag van € 2,51 van de INGbankrekening van [aangeefster 3] is overgeschreven naar een bankrekening die de aangeefster niet bekend was. Hieruit heeft het hof kennelijk afgeleid dat de ING Bank op de bewezenverklaarde manier is bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van € 2,51. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk.
5.3
Het cassatiemiddel faalt.
6. Beoordeling van het derde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
7. Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
7.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
7.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 53 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
8. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 52 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.
Conclusie 19‑11‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Betaalverzoekfraude. O.a. medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd en oplichting, meermalen gepleegd. M1-4: bewijsklachten. M5: inzendtermijn in cassatie. Ambtshalve: overschrijding redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen t.a.v. het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde voor wat betreft een tweetal aangevers, de strafoplegging en de vordering bp, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 22/03889, 22/03872 en 22/03946.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/03913
Zitting 19 november 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1. Het cassatieberoep
1.1
De verdachte is bij arrest van 13 oktober 2022 door het gerechtshof Den Haag wegens de eendaadse samenloop van 1. “medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd”, 2. “medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of een daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of deel daarvan, voorhanden hebben, meermalen gepleegd”, 3. “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 4. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 53 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof een beslissing genomen over inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en over de vordering van de benadeelde partij. Tot slot heeft het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder bij arrest van het hof van 19 mei 2016, parketnummer 22-005536-15, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie, afgewezen.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, heeft vijf middelen van cassatie voorgesteld.
1.3
Deze zaak hangt samen met de zaken 22/03889, 22/03872 en 22/03946. In de zaken 22/038889 en 22/03872 zal ik vandaag ook concluderen. In de zaak 22/03946 is het cassatieberoep ingetrokken.
2. Een korte schets van de feiten
2.1
Gezien de bewijsvoering van het hof gaat het in deze zaak om het volgende. De verdachte en/of zijn mededader(s) hebben in het voorjaar van 2018 via Marktplaats diverse personen met een bankrekening bij de ING benaderd en verleid tot het doen van een betaling ter hoogte van € 0,01 door middel van een betaalverzoek (een “Tikkie-link”), ten behoeve van het vaststellen van de identiteit van de Marktplaatsverkoper. De slachtoffers werden via deze link naar een phisingwebsite geleid, waar zij diverse gegevens met betrekking tot hun ING-bankrekening moesten invullen, die werden afgevangen. Vervolgens werd met deze gegevens ingelogd op het ING-internetbankierenaccount van de slachtoffers, werd de aan de bankrekening van de slachtoffers gekoppelde Mobiel Bankieren App en de Mobiel Betalen App geïnstalleerd op de telefoon(s) van de verdachte en/of zijn mededader(s) en werden aankopen gedaan bij MediaMarkt of overschrijvingen gedaan.
2.2
De middelen 1, 2 en 3 gaan over de bewezenverklaring. Voordat ik de middelen bespreek, geef ik daarom eerst de bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof weer.
3. Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.1
Ten laste van de verdachte is – voor zover relevant voor de beoordeling van de middelen – bewezenverklaard dat:
“1.
hij op tijdstippen in de periode van 13 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) één of meer geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een server en/of netwerk van de ING Bank, is binnengedrongen, althans een deel daarvan, doordat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)
“Tikkie” link(s) heeft/hebben verzonden naar [slachtoffer 1] (zaak MediaMarkt) en [slachtoffer 2] (zaak lederen jas) en [slachtoffer 3] (zaak CD speler), waarbij die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , naar phising website(s) werden geleid, waardoor (inlog)gegevens van de bankrekeningen van voornoemde personen zijn opgevangen/afgevangen en/of achterhaald,
waarna verdachte en/of zijn mededader(s) vervolgens (telkens) inlogden met die al dus verkregen gegevens (al dan niet met behulp van mobiel bankieren betaal-apps van die bank) op voornoemd(e) geautomatiseerd(e) werk(en);
2.
hij op tijdstippen in de periode van 11 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
(telkens) één of meerdere toegangscode(s) en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden verkregen tot een (deel van een) geautomatiseerd(e) werk(en) heeft verworven, ingevoerd en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,
door één of meerdere TAN codes en/of (inlog)gegevens, althans één of meerdere toegangscodes van [slachtoffer 1] (zaak MediaMarkt) en [slachtoffer 2] (zaak lederen jas) en [slachtoffer 3] (zaak CD speler),
voorhanden te hebben gehad;
3.
hij op tijdstippen in de periode van 13 april 2018 tot en met 28 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid ING Bank (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), althans tot afgifte van enig goed,
hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
inlog- en/of accountgegevens en/of gebruikersgegevens van (ING) bankrekeningen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heimelijk en zonder toestemming verworven en/of (vervolgens)
met die gegevens (van de ING bankrekeningen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) ingelogd op de server en/of website en/of een netwerk, althans een deel daarvan, van voornoemde ING Bank, als zijnde hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en (vervolgens)
(al dan niet met behulp van een mobiel bankieren app van ING Bank op naam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) (digitaal) één of meerdere goederen aangekocht/betaalt, waardoor ING Bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;”
3.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in de bijlage bij het bestreden arrest:
“1.
De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 en 31 augustus en 29 september 2022 verklaard - zakelijk weergegeven -:
[slachtoffer 1]
U vraagt mij naar de tenlastegelegde handelingen met betrekking tot de aangever [slachtoffer 1] . Ik wilde snel geld verdienen en ben zomaar in het diepe gesprongen. De telefoon, een Samsung Galaxy J3, is afkomstig van het snel geld verdienen. Deze telefoon die door de rechtbank Samsung II wordt genoemd, heb ik verstopt. Het klopt dat deze telefoon in mijn woning is aangetroffen en dat deze telefoon met name door de medeverdachte [medeverdachte] werd gebruikt. Ik wist dat hij de telefoon niet gebruikte voor persoonlijke doeleinden en snel geld verdiende.
Met die telefoon, de Samsung II, ben ik naar de MediaMarkt gegaan en heb ik telefoons gekocht. De Samsung II gebruikte ik als betaalmiddel. In ruil voor het kopen van de telefoons mocht ik iets voor mijzelf kopen. Ik heb toen een Chromebook voor mijzelf gehaald.
2.
De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 oktober 2019 verklaard - zakelijk weergegeven - (blz. 19 van het proces-verbaal ter terechtzitting)
Ik heb in 2018 bij MediaMarkt en Albert Heijn betaald met een telefoon.
3.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 16 april 2018 van de politie Eenheid Midden-Nederland met nr. PL0900-2018105870-1/1804131413. [slachtoffer 1] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 99-101 en 103-114, Zaaksdossier MediaMarkt) :
als de op 16 april 2018 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Op vrijdag 13 april 2018 kreeg ik opnieuw contact met de verkoper die zich dit keer voorstelde als [naam 1] .
Uiteindelijk wilde deze [naam 1] de spullen wel van mij kopen en we spraken een prijs af en hij vroeg mij om een betalingsopdracht via iDeal. Ik heb op zijn verzoek zelfs 1 eurocent overgemaakt via deze betalingsopdracht. Ik moest ook mijn pasnummer en vervaldatum van mijn pinpas aan hem bekendmaken onder het betalingsverzoek op [naam 1] .nl/tikkie.me waarna hij het geld inclusief verzendkosten wat wij hadden afgesproken zou overmaken.
Op 13 april 2018 omstreeks 21.30 uur zag ik echter toen ik op mijn rekening keek dat er diverse betalingstransacties hadden plaatsgevonden bij Albert Heijn in Rotterdam Alexander en de MediaMarkt eveneens te Rotterdam.
De totale nadeel door deze twee transacties is voor mij daardoor 2440.70 euro.
Van de potentiële koper weet ik alleen diens naam [naam 2] of [naam 1] en diens [telefoonnummer 1] .
4.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke aangifte van [betrokkene 1] , namens ING, d.d. 26 juli 2018, opgemaakt en ondertekend door [betrokkene 1] , werkzaam bij ING als fraudespecialist, met nr. 1807260100.AING. Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 115-127, Zaaksdossier MediaMarkt):
Aanleiding onderzoek:
Vanaf april 2018 wordt door ING vastgesteld dat diverse klanten slachtoffer zijn van fraude met frauduleus geïnstalleerde Mobiel Bankieren Apps en bijbehorende Mobiel Betalen App. De slachtoffers worden allen benaderd via Marktplaats en door de fraudeurs verleidt tot het doen van een identificerende betaling van € 0,01 cent via Tikkie, met als doel het “vaststellen van de identiteit van de verkoper”. In werkelijkheid worden de slachtoffers naar een phishingsite geleid alweer zij hun gebruikersnaam, wachtwoord en een TAN code invullen. De fraudeurs loggen met deze data in op de MING account van het slachtoffer en installeren op een eigen mobiel toestel de Mobiel Bankieren App en de Mobiel Betalen App. Hiermee worden op een later tijdstip frauduleuze aankopen gedaan. De verschillende dossiers laat diverse overeenkomstigheden zien, waaronder m.b.t. het gebruikte IP adres en het gebruikte mobiele toestel voor de installatie van de Mobiele Apps.
Benadeelde klant
[rekeningnummer 1]
[slachtoffer 1]
[plaats]
Op 13 april 2018 is een nieuw mobiel device aangemeld op het account van benadeelde klant. Middels de Mobiel Betalen App hebben de volgende contactloze betalingen plaatsgevonden:
16-04-2018 Mediamarkt Alexandri ROTTERDAM BA -2.357,20
Pasvolgnr: [002] 13-04-2018 20:14
Transactie:57V5Z9 Term:1H5F06
16-04-2018 Albert Heijn 1623 ROTTERDAM NLD BA -83,40
Pasvolgnr: [002] 13-04-2018 20:24
Transactie:58A1 U4 Term:JZW1C7
5.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 mei 2018 van de politie Cybercrime Team Rotterdam met nr. 1805290800. [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 475-487, Zaaksdossier MediaMarkt):
als de op 29 mei 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: Collega’s aan de achterkant van je huis hebben je spullen weg zien stoppen achter in de tuin. A: Een autosleutel en een iPhone 8 en een Samsung.
A: Ik ben het op de foto van de Mediamarkt [het hof begrijpt: een foto van de beveiligingsbeelden van 13 april 2018].
V: We hebben de bon opgevraagd bij de mediamarkt en daaruit blijkt dat je 2 maal een Apple iPhone X hebt gekocht en een Acer Chromebook. Wat kan je daarover verklaren?
A: 13 april moest ik wel voor iemand wat halen. Ik mocht er 1 Chromebook van houden. Ik mocht een witte Chromebook houden.
A: Ik kwam met iemand in contact, we hebben toen gegevens gedeeld en ik heb gezegd dat ik snel geld nodig had. Later hebben wij afgesproken op het Alexandrium in Rotterdam. Bij het station heb ik hem ontmoet. Toen heeft mij uitgelegd wat ik moest doen.
V: Wat was zijn naam dan?
A: Ze waren met z’n tweeën, een Marokkaan en een Nederlander. De ene hete [betrokkene 2] en die Nederlander [betrokkene 3] .
V: Wie zijn telefoon heb je tijdens het betalen van die spullen bij de Mediamarkt gebruikt?
A: Dat was de telefoon van [betrokkene 3] .
V: Wat voor telefoon was dat?
A: Een Samsung.
6.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 mei 2018 van de politie Cybercrime Team Rotterdam met nr. 1805311009. [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 488-494, Zaaksdossier MediaMarkt):
als de op 31 mei 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: Wij zien, na onderzoek, dat jij op 13 april 2018 om 20:24 uur bij een Albert Heijn een aanschaf doet van 83,40 euro. Dat gebeurd op dezelfde manier als dat je het bij de mediamarkt doet.
V: Wij zullen jou een foto tonen van de Albert Heijn en de persoon die die aanschaf doet. Wie is dat?
A: Dat ben ik, 100%.
7.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2018 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2018113776-1/1805011327. [slachtoffer 2] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 12-15, Zaaksdossier Lederen Jas) :
als de op 1 mei 2018 afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :
Op 25 april 2018 omstreeks 20.30 uur heb ik via Marktplaats contact gehad met een persoon die zich voorstelde als zijnde [naam 3] . De persoon [naam 3] zei dat zijn vader het telefoonnummer van mij nodig had, zodat hij mij kon bellen om de betaling te regelen. Ik heb mijn telefoonnummer [telefoonnummer 2] opgegeven.
Op 30 april 2018 omstreeks 18.44 uur kreeg ik weer een bericht van [naam 3] [telefoonnummer 3] .
De persoon [naam 3] kwam toen met een betalingsverzoek. Ik kreeg een Euroteken in mijn scherm met daarnaast de tekst Betaalverzoekjes via WhatsApp (Eenvoudig, en veilig je vriend.
In dit bericht stond een tekst van [naam 3] : “Kun je mij 0.01 eurocent betalen voor “controle” via https:// […] .nl/tikkie.me/ideal-ing/ “deze link is geldig t/m 2 mei”.
Ik heb de site aangeklikt en ik kwam op een voor mij onbekende site, ik zag dat ik dan geregistreerd werd en ik moest kiezen welke betalingsmethode en welke bank ik wilde betalen.
Ik heb gekozen voor iDeal.
Daarna moest ik op een normale wijze inloggen mijn bank te kiezen INGB bank en dan normaal inloggen met mijn gebruikersnaam en wachtwoord.
Ik had op mijn bankrekening een bedrag staan van ongeveer 1900 euro.
En op mijn spaarrekening die is gekoppeld aan mijn betaalrekening ongeveer 2500 euro.
Ik mag niet rood staan.
Nadat ik was ingelogd op het ING scherm antwoordde [naam 3] : Als u het meteen betaalt zou ik het meteen moeten ontvangen (18.46 uur)
Dan krijg ik het navolgende bericht: om 18.59 uur
Ik krijg de melding dat u de volgnummer [003] van uw tanlijst moet gebruiken.
Ik gebruik inderdaad tancode lijsten afkomstig van de INGB bank voor mijn bankzaken over te schrijven.
Mijn bankrekeningnummer van de INGB bank is [004] ten naam van [slachtoffer 2] . [naam 3] gaf mij de navolgende berichten om het volgende uit te voeren.
19.00
uur Die moet u invullen
Daar achter staat een code die moet u invullen
Niet de code [003] zelf
Van uw tan lijst
Het is een 6 cijferige code die achter volgnummer [003] staat.
Die moet u invullen
Op uw tan lijst
19.05
Heeft u het gevonden
Om 19.08 uur geef ik antwoord: Ja ik heb de tancode ingevoerd maar kom weer bij begin scherm uit.
Als u geregistreerd bent ( [naam 3] 19.16)
Dan hoeft u het niet nogmaals te doen
Het duurt soms even voordat de betaling door komt (19.17 uur)
Dan schrijf ik: Hallo [naam 3] , ik heb het 3x geprobeerd. Krijg steeds dezelfde melding. Activering is voltooid. Zie dat ik bericht krijg via SMS maar mijn tancodes krijg ik via brief. Misschien ligt het daaraan? Nee hoor er wordt niks afgeschreven van mijn rekening.
Ik kon op het inlogscherm van de INGB bank niets zien dat er werd afgeschreven. De onbekende persoon [naam 3] schreef: “ja dat is inderdaad beter, maar ik zal het wel terug sturen als ik het heb ontvangen (19.35 uur). Ik schrijf terug: “ik app of bel je morgen wel.
[naam 3] antwoordt 19.39 uur: Dat is goed. Ik kon niets zien op mijn internetbankieren van de ING dat er iets was afgeschreven. Ik ben uitgelogd.
Ik heb gezegd dat ik op 1 mei 2018 zou kijken of het allemaal gelukt was.
Op 1 mei 2018 omstreeks 09.30 uur heb ik ingelogd op mijn internetbankieren met eerder genoemd bankrekeningnummer. Ik zag dat er op 30 april 2018 om 21.33 uur een geldbedrag was afgeschreven van 2.118,05 euro (zegge: tweeduizendhonderdachttien euro en vijf euro cent) naar de MediaMarkt te ‘s-Gravenhage.
Ik zag pasvolgnummer [002] 30-04-2018 21.33 uur, transactie R3U1U7
Term: 346B06
30 april 2018 (Reservering).
Mutatie Betaalautomaat.
8.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke aangifte van [betrokkene 1] , namens ING, d.d. 26 juli 2018, opgemaakt en ondertekend door [betrokkene 1] , werkzaam bij ING als fraudespecialist, met nr. 1807260200.AING.
Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 46-58, Zaaksdossier Lederen Jas):
Benadeelde klant
[004]
[slachtoffer 2]
[plaats]
Op 30 april 2018 is vanaf IP-adres 87.211.144.254 frauduleus een Samsung SM-J330FN aangemeld op het account van benadeelde klant. Middels de Mobiel Betalen App heeft de volgende contactloze betaling plaatsgevonden:
02-05-2018 MM Den Haag ‘S-GRAVENHAGE NLD BA -2118,05
Pasvolgnr: [002] 30-04-2018 21:33
Transactie:R3U1U7 Term:346B06
9.
Een proces-verbaal digitaal onderzoek GSM - D.01.01.001 d.d. 30 mei 2018 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 1805301341.OIG. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1-11, Zaaksdossier Lederen Jas) :
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 29 mei 2018 stelde ik een onderzoek in aan een in beslag genomen goed, een mobiele telefoon, merk Samsung, type Galaxy J3. Deze mobiele telefoon was voorzien van het inbeslagname nummer D.01.01.001 en zou volgens opgave van aanvrager in gebruik zijn bij de verdachte [verdachte] .
Verzocht werd de gegevens veilig te stellen, die mogelijk in deze mobiele telefoon stonden opgeslagen.
Omschrijving mobiele telefoon
Merk : Samsung
Type : Galaxy J3 (SM-J330FN)
IMEI : [nummer 1]
Serienummer : [nummer 2]
Provider : Vodafone
Telefoonnummer : [telefoonnummer 3]
De pincode van de SIM-kaart bleek na onderzoek [pincode] te zijn.
Met gebruikmaking van de daartoe bestemde soft- en hardware werden door mij, voor zover mogelijk, de in het toestel aanwezige gegevens geautomatiseerd uitgelezen. Het rapport met de uitgelezen gegevens heb ik, onder de bestandsnaam “D.01.01.001_Samsung_Galaxy_J3.ufdr” digitaal opgeslagen en ter beschikking gesteld aan de aanvrager.
Daar dit een gecodeerd toestel betreft, zijn slechts enkele bestanden uitgelezen. Deze bestanden heb ik geëxporteerd en afzonderlijk, in de map “export”, digitaal opgeslagen en ter beschikking gesteld aan de aanvrager. Ik zag dat dit, onder andere, de navolgende bestanden betrof:
- Drie schermopnamen in de map “DCIM\Screenshots”, waaronder:
Één schermopname, genaamd “Screenshot 20180525-.png”, van een gmail genaamd […] @gmail.com
Één schermopname, genaamd “Screenshot 20180528-212151.png”, van een chat gesprek, vermoedelijk op de website Marktplaats.nl, met een gebruiker genaamd “Francoise”
- Diverse bestanden in de map “Download\Turbo” waaronder:
De bestanden “index.html”, “index4.html” en “respons.php”, die samen deel uitmaken van een website, mogelijk om login gegevens van gebruikers van deze website af te vangen.
Één logbestand, genaamd “INFO_MIJNING049832.txt”, waarin diverse login gegevens van gebruikers zijn opgeslagen.
Ambtshalve is mij bekend dat de app genaamd “Turbo Client” een app is waarbij je een website kan onderhouden. Mogelijk betreft dit de gedownloade bestanden van deze app.
Diverse foto’s en schermopnamen in de map “Whatsapp\Media\Whatsapp Images”, waaronder:
o Vijf ontvangen schermopnamen, met diverse bankgegevens van de bankrekening “ [rekeningnummer 2] ” op naam van “ [slachtoffer 3] ” en een tikkie link van €0,01 op de website genaamd “tlkkieme.nl”.
10.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 juni 2018 van de politie Cybercrime Team Rotterdam met nr. 1806040811. [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16-30, Zaaksdossier Lederen Jas) :
als de op 6 juni 2018 afgelegde verklaring van [verdachte] :
V: We hebben twee telefoons in beslag genomen. Die lagen in de tuin van de [a-straat] waar jij woont. Die zijn bij ons verwerkt onder de inbeslagname nummers D.01.01.001 en D.01.01.002. We hebben het daar eerder over gehad. Dat zijn jouw telefoons had jij verklaard?
A: De telefoons zijn allebei van mij. In de Samsung telefoon zit een Simkaart.
11.
Een proces-verbaal bevindingen d.d. 29 mei 2018 van de politie Cybercrime Team Rotterdam met nr. 1805291237.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 343, Zaaksdossier MediaMarkt):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op dinsdag 29 mei 2018, omstreeks 06.00 uur, stonden wij verbalisanten bij de poortdeur van de tuin, gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] . Wij verbalisanten stonden hier ter beveiliging, omdat op genoemd adres verdachte [verdachte] [het hof begrijpt: [verdachte] ] zou worden aangehouden. Plotseling zag ik een manspersoon in de tuin liggen. Ik herkende deze persoon direct als zijnde verdachte [verdachte] . Ik zag dat verdachte op zijn buik lag en met zijn handen en armen bewoog. De verdachte bewoog met zijn handen ter hoogte van de schutting. Wij verbalisanten zagen dat de verdachte kort hierna opstond en naar binnen wegliep via de schuifpui van genoemde woning. Later bleek op de door ons verbalisanten aangewezen plek waar de verdachte met zijn handen had bewogen twee mobiele telefoons (Samsung en iPhone) en Mercedes autosleutel te zijn aangetroffen.
12.
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2018 van de politie Cybercrime Team Rotterdam met nr. 1806180741.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 31-37 Zaaksdossier Lederen jas):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op dinsdag 19 juni 2018 werd middels een vordering 126nd van het Wetboek van Strafvordering alle facturen dan wel aankoop/retourbonnen bevraagd bij de Mediamarkt van de aankoop gedaan op 30 april 2018 te 21:33 uur. Hierop heb ik verbalisant contact gehad met [betrokkene 4] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] . [betrokkene 4] verklaarde mij dat:
- hij werkzaam is als [beroep] bij de MediaMarkt te 's-Gravenhage.
- Hij foto’s gemaakt had van de persoon die op 30 april 2018 om 21.33 uur twee Iphones had aangeschaft, [betrokkene 4] heeft hierop twee fotografische beelden en twee aankoopbonnen en een retour bon van voornoemde Iphones beschikking gesteld.
Na het bekijken van de fotografische afbeeldingen herkende ik daarin de eerder in het onderzoek aangehouden verdachte [medeverdachte] ; geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] .
Lopende het onderzoek is gebleken dat de vermoedelijke gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4] de verdachte [medeverdachte] was. Op de historische verkeersgegevens is te zien dat het nummer [telefoonnummer 4] op 30 april 2018 om 20:32 een data sessie heeft en daarbij een mast aanstraalt aan het Middenmolenplein te Gouda. Om 21.32 is er wederom een data sessie waarbij de mast aan de Raamstraat 16-26 te ‘s-Gravenhage aangestraald wordt. Dit is op een kleine honderd (100) meter afstand van de Mediamarkt gevestigd aan de Grote Marktstraat 17-37, 2511 BH te Den Haag. Naar aanleiding van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de aankoop van de twee iPhone’s op 30 april 2018, in de mediamarkt te ‘s-Gravenhage, gedaan zijn door de verdachte [medeverdachte] .
13.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juni 2018 van de politie Eenheid Noord-Holland met nr. PL1100-2018102907-1/1806021254. [slachtoffer 3] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16-18, Zaaksdossier CD Speler):
als de op 2 juni 2018 afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] :
Op zaterdag 26 mei 2018 werd ik via marktplaats benaderd door een man genaamd [naam 4] . Op maandag 28 mei 2018 werd ik weer benaderd door [naam 4] via de whatsapp met 06 nummer [telefoonnummer 5] . [naam 4] vroeg mij of ik 0,01 cent wilde overmaken zodat hij kon zien of mijn gegevens klopte. Ik heb via deze [naam 4] een betaalverzoek ontvangen waarbij ik op een link moest klikken. Ik heb de link aangeklikt en hier moest ik mijn ING inloggegevens invullen ik heb dit meerdere gedaan omdat ik dacht dat de link niet werkte. Ik vroeg aan [naam 4] of ik zijn bankrekeningnummer mocht omdat de link niet werkte. Ik heb van [naam 4] een bankrekeningnummer ontvangen [rekeningnummer 3] op naam van [naam 5] , van deze bankrekening kreeg ik een melding dat het versturen van 0,01 cent niet gelukt was, ik heb dit via mijn bankierenapp op mijn mobiele telefoon verstuurd. Ik kreeg toen het bankrekeningnummer van [naam 4] zijn zus, die zou ook bij de ING bank zitten [rekeningnummer 4] op naam van [naam 6] . Ik heb via mijn bankierenapp op mijn mobiele telefoon wederom 0,01 cent proberen over te maken maar die gaf aan dat het genoemde rekeningnummer geblokkeerd, ik heb toen via mijn bankierenapp geld overgeboekt naar mijn eigen ABN bankrekening en dit ging goed.
[naam 4] heeft mij toen nog een bankrekeningnummer gegeven [rekeningnummer 5] op naam van [naam 7] te Tiel, ik heb 0,01 cent via mijn mobiel bankieren app overgemaakt en dit keer ging het goed.
Ik ben op woensdag 30 mei 2018 benaderd via mijn ING bankierenapp dat ik contact moest opnemen met de klantenservice van de ING omdat mijn bankrekening geblokkeerd was. Ik heb toen direct gebeld met de ING en ik hoorde dat een medewerkster van de afdeling fraude dat er iemand gebruik had gemaakt van mijn bankgegevens. Ik hoorde dat de ING de overschrijving heeft kunnen voorkomen. Er is een bedrag van 2,51 euro overgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] op naam van [naam 8] en [naam 9] . Ik heb geen idee van wie dit bankrekeningnummer is.”
3.3
Verder bevat de bijlage bij het bestreden arrest, inhoudende de bewijsmiddelen, de volgende nadere bewijsoverweging:
“Nadere bewijsoverweging
De verdediging heeft overeenkomstig de door haar ter terechtzitting overgelegde pleitnota betoogd dat ten aanzien van de tenlastegelegde feiten (aangiftes [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) onvoldoende bewijs is om de verdachte als medepleger te kunnen aanmerken.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
[slachtoffer 1]
Aangever [slachtoffer 1] heeft een Tikkielink ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Diezelfde dag zijn er via een mobiel betalen app ten laste van zijn bankrekening betalingen bij MediaMarkt en Albert Heijn gedaan. De verdachte heeft verklaard dat hij deze betalingen heeft verricht. Daarbij maakte hij gebruik van een telefoon waarmee, kennelijk door toedoen van zijn mededaders, toegang tot de bankrekening van [slachtoffer 1] werd verkregen, en daarmee tot een server en/of het netwerk van ING. Mede gelet op hetgeen verdachte heeft verklaard over het ter beschikking krijgen is het hof van oordeel dat de samenwerking met de persoon of personen die door middel van de Tikkie-fraude de telefoon hiervoor geschikt hadden gemaakt nauw en bewust was.
[slachtoffer 2]
Op de dag van de aanhouding van de verdachte [verdachte] op 29 mei 2018, heeft hij onder andere geprobeerd twee mobiele telefoons, waaronder een Samsung telefoon, te verstoppen in zijn tuin. Aan deze Samsung telefoon met inbeslagnamenummer D.01.01.001, waarvan de verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betreft, was het telefoonnummer [telefoonnummer 3] gekoppeld. De verklaring van de verdachte dat deze telefoon door anderen werd gebruikt, acht het hof niet aannemelijk. Vanaf dit telefoonnummer - en dus door de verdachte - is op 30 april 2018 de tikkielink gestuurd aan aangeefster [slachtoffer 2] . Om 19.39 uur is het laatste contact tussen de aangeefster en de verdachte. Om 21.33 uur heeft de medeverdachte [medeverdachte] ten laste van de rekening van aangeefster [slachtoffer 2] een aankoop gedaan bij de MediaMarkt te Den Haag voor een bedrag van € 2.118,05. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachte [medeverdachte] (en mogelijke andere daders) ten aanzien van de tenlastegelegde handelingen in dit zaaksdossier.
[slachtoffer 3]
Aangeefster [slachtoffer 3] heeft op 28 mei 2018 een Tikkie-link vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 5] ontvangen. Iemand anders dan de aangeefster heeft vervolgens gebruik gemaakt van haar bankgegevens. De ING bank heeft door tijdig ingrijpen een overschrijving kunnen voorkomen. Op de Samsung van de verdachte met het telefoonnummer eindigend op 1445 zijn onder andere vijf schermopnamen met daarop diverse gegevens van de bankrekening van aangeefster [slachtoffer 3] en een Tikkie-link van €0,01 aangetroffen. De verdachte beschikte dus over de bankgegevens van [slachtoffer 3] . Mede gelet op het bewijs in de zaken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en overige aangetroffen inhoud van de telefoon van de verdachte die - naar het oordeel van het hof - ziet op Tikkie-fraude, acht het hof bewezen dat de verdachte de bankgegevens van [slachtoffer 3] met opzet op en wetenschap van de Tikkie-fraude heeft ontvangen. Gelet op de werkwijze bij Tikkie-fraude en de benodigde snelheid om deze te laten slagen, gaat het hof ervan uit dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen.”
4. Het eerste middel
4.1
Het middel heeft betrekking op de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 2] . In de kern wordt geklaagd dat niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte degene is geweest met wie [slachtoffer 2] contact heeft gehad, evenals dat niet begrijpelijk is gemotiveerd dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een ander.
4.2
Het hof heeft in zijn nadere bewijsoverweging – kort gezegd – vastgesteld dat de verdachte ten aanzien van de tenlastegelegde handelingen in het zaaksdossier van de aangeefster [slachtoffer 2] nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachte [medeverdachte] (en mogelijke andere daders), gelet op het feit dat de verdachte op 30 april 2018 de “Tikkie-link” aan [slachtoffer 2] heeft gestuurd en [medeverdachte] vervolgens diezelfde avond ten laste van de rekening van [slachtoffer 2] een aankoop heeft gedaan bij de MediaMarkt in Den Haag. Dat het de verdachte was die de “Tikkie-link” naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd, heeft het hof gebaseerd op het gegeven dat de link is gestuurd vanaf het telefoonnummer dat is gekoppeld aan de Samsung telefoon met inbeslagnamenummer D.01.01.001, die de verdachte op de dag van zijn aanhouding probeerde te verstoppen in zijn tuin en waarover de verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betreft, terwijl het hof de verklaring van de verdachte dat deze telefoon door anderen werd gebruikt, niet aannemelijk acht.
4.3
In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd over het oordeel dat de verklaring van de verdachte dat de telefoon door anderen werd gebruikt niet aannemelijk is en het oordeel dat het de verdachte is geweest die de “Tikkie-link” naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd. Volgens de steller van het middel zijn deze oordelen niet begrijpelijk. Daartoe voert hij allereerst aan dat het hof in de nadere bewijsoverweging tevens heeft overwogen dat de medeverdachte [medeverdachte] ten laste van de rekening van [slachtoffer 2] een aankoop heeft gedaan bij de MediaMarkt en dat uit de bewijsmiddelen 8 en 9 blijkt dat deze telefoon is gebruikt bij die aankoop. Daarnaast wijst de steller van het middel erop dat het hof de verklaring van de verdachte dat deze telefoon met name door de medeverdachte [medeverdachte] werd gebruikt, voor het bewijs heeft gebruikt (bewijsmiddel 1). Hieruit zou blijken dat een ander dan de verdachte gebruik maakte van de telefoon en zijn de oordelen van het hof onbegrijpelijk.
4.4
Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen blijkt het volgende. De aangeefster [slachtoffer 2] heeft op 25 april 2018 via Marktplaats contact gehad met een persoon die zich voorstelde als [naam 3] . Op 30 april 2018 heeft zij van deze [naam 3] een betaalverzoek ter hoogte van € 0,01 ontvangen. [slachtoffer 2] heeft de link aangeklikt en diverse gegevens ingevuld (bewijsmiddel 7). Diezelfde dag is een Samsung SM-J330FN frauduleus aangemeld op het ING-account van [slachtoffer 2] (bewijsmiddel 8). Vervolgens is later die dag, om 21.33 uur, een contactloze betaling verricht ter hoogte van € 2.118,05 bij de MediaMarkt te Den Haag. Deze betaling heeft plaatsgevonden met de Mobiel Betalen App onder vermelding van pasnummer [002] (bewijsmiddel 7 en 8). De medeverdachte [medeverdachte] heeft deze aankoop verricht (bewijsmiddel 9).
4.5
Mijns inziens volgt uit de bewijsmiddelen dat [medeverdachte] bij deze aankoop de Samsung heeft gebruikt die de verdachte heeft geprobeerd te begraven in zijn tuin en die is geregistreerd onder inbeslagnamenummer D.01.01.001. Immers, uit bewijsmiddel 9 volgt dat de Samsung met het inbeslagnamenummer D.01.01.001 een Galaxy J3 (SM-J330FN) betreft. De telefoon die op 30 april 2018 frauduleus is aangemeld op het ING-account van [slachtoffer 2] – en waarmee dus kennelijk ten laste van de bankrekening van [slachtoffer 2] contactloos kon worden betaald – betrof eveneens een Samsung SM-J330FN. Bovendien blijkt uit bewijsmiddel 4 dat op 13 april 2018 bij de MediaMarkt en bij de Albert Heijn te Rotterdam betalingen zijn gedaan middels de Mobiel Betalen App met “pasvolgnr: [002] ” en heeft de verdachte verklaard dat hij deze betalingen heeft verricht met de Samsung Galaxy S3 die hij had verstopt (bewijsmiddel 1), terwijl uit bewijsmiddel 7 en 8 blijkt dat de betaling ten laste van de rekening van [slachtoffer 2] op 30 april 2018 bij de MediaMarkt te Den Haag eveneens is gedaan met “pasvolgnr. [002] ”.
4.6
Uit de bewijsmiddelen kan dan ook worden afgeleid dat de telefoon met inbeslagnamenummer D.01.01.001 op 30 april 2018 om 21.33 uur door [medeverdachte] is gebruikt om ten laste van [slachtoffer 2] een aankoop te doen bij de MediaMarkt. In het licht hiervan acht ik het oordeel van het hof dat het niet aannemelijk is dat een ander dan de verdachte deze telefoon gebruikte, niet zonder meer begrijpelijk.
4.7
Dit doet de vraag rijzen of het oordeel van het hof dat het de verdachte was die de “Tikkie-link” naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd, daarmee eveneens onbegrijpelijk is. Ik meen dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Uit de bewijsmiddelen volgt weliswaar dat de telefoon van de verdachte was en ook door de verdachte werd gebruikt,1.maar hieruit kan niet worden opgemaakt dat de verdachte de telefoon ook gebruikte op het moment dat de “Tikkie-link” naar [slachtoffer 2] werd verstuurd. Gezien het korte tijdsbestek tussen het vermeende gebruik van de telefoon door de verdachte en het gebruik van de telefoon door de medeverdachte [medeverdachte] – minder dan twee uur –, kan deze bewijsconclusie zonder nadere motivering niet worden getrokken. De bewezenverklaring is in zoverre dan ook onbegrijpelijk en ontoereikend gemotiveerd.
4.8
Nu de betrokkenheid van de verdachte bij het feitencomplex ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 2] niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, is de klacht dat de bewezenverklaring met betrekking tot het medeplegen ontoereikend is gemotiveerd, mijns inziens eveneens terecht voorgesteld.
4.9
Het middel slaagt.
5. Het tweede middel
5.1
Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 3] ontoereikend is gemotiveerd, nu niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.
5.2
In de toelichting op het middel wordt betoogd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt van enige bijdrage van de verdachte aan de feitelijke uitvoering van de feiten. Zo zou niet blijken dat de verdachte contact heeft gehad met aangeefster [slachtoffer 3] , noch dat de verdachte heeft ingelogd op geautomatiseerde werken. Bovendien blijkt niet van een bijdrage in de vorm van gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit.
5.3
De kwalificatie medeplegen vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een ander of anderen. Dit is slechts aan de orde als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De vraag of aan deze vereisten is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.2.
5.4
Het hof heeft in zijn nadere bewijsoverweging met betrekking tot het feitencomplex ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 3] vastgesteld dat de verdachte beschikte over de bankgegevens van [slachtoffer 3] en dat hij deze bankgegevens heeft ontvangen met opzet op en wetenschap van de Tikkie-fraude. Aan deze vaststelling heeft het hof ten grondslag gelegd (i) dat op de Samsung van de verdachte vijf schermopnamen zijn aangetroffen met daarop diverse gegevens van de bankrekening van de aangeefster [slachtoffer 3] , (ii) het bewijs in de zaken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en (iii) de overige aangetroffen inhoud van de telefoon van de verdachte die ziet op Tikkie-fraude. Het hof heeft verder aan de bewezenverklaring van het medeplegen in het bijzonder ten grondslag gelegd de werkwijze bij Tikkie-fraude en de benodigde snelheid om deze te laten slagen. Daarmee gaat het hof kennelijk uit van een vooropgezet plan.
5.5
Onder 2 is bewezenverklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen één of meer toegangscode(s) heeft verworven, ingevoerd en voorhanden gehad. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte beschikte over de bankgegevens van [slachtoffer 3] . Dit vindt bevestiging in bewijsmiddel 9, waaruit blijkt dat op de telefoon van de verdachte vijf ontvangen schermopnamen zijn aangetroffen met diverse bankgegevens van de bankrekening op naam van [slachtoffer 3] . In zoverre is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en faalt het middel.
5.6
Dat ligt naar mijn oordeel anders voor de feiten 1 en 3 ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 3] . Ik meen dat het oordeel van het hof dat de verdachte kan worden aangemerkt als de medepleger van de computervredebreuk (feit 1) en de oplichting (feit 3) ten aanzien van [slachtoffer 3] ontoereikend is gemotiveerd, nu het hof over de gedragingen van de verdachte niet meer heeft vastgesteld dan dat hij de bankgegevens van [slachtoffer 3] heeft ontvangen met opzet op en wetenschap van de Tikkie-fraude. Die vaststelling is niet toereikend om het oordeel van het hof ten aanzien van de feiten 1 en 3 te dragen. De kern van het onder 1 bewezenverklaarde feit is dat is binnengedrongen in een server en/of netwerk van ING Bank, doordat (i) “Tikkie” links zijn verzonden naar de slachtoffers, (ii) (inlog)gegevens van de bankrekeningen zijn afgevangen en (iii) met die gegevens is ingelogd. De kern van het onder 3 bewezenverklaarde feit is dat ING Bank is bewogen tot de afgifte van geldbedragen, doordat (i) gegevens van bankrekeningen van de aangevers heimelijk en zonder toestemming zijn verworven, (ii) met die gegevens is ingelogd en (iii) een of meer goederen zijn aangekocht/betaald. Het louter voorhanden hebben van de bankgegevens van [slachtoffer 3] kan mijns inziens niet worden aangemerkt als een wezenlijke bijdrage aan deze feiten.
5.7
Uit bewijsmiddel 9 blijkt weliswaar dat op de telefoon die in de achtertuin van de verdachte is aangetroffen, bestanden zijn aangetroffen die samen deel uitmaken van een website die het mogelijk maakt om login gegevens van gebruikers van deze website af te vangen, evenals een logbestand waarin diverse login gegevens van gebruikers zijn opgeslagen. Hieruit kan mijns inziens niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte de Tikkie-links heeft verzonden of de gegevens zelf heeft afvangen. Daarbij neem ik in aanmerking dat het hof hierover niets heeft vastgesteld en dat, zoals bij de bespreking van het eerste middel is gebleken, ook anderen dan de verdachte van deze telefoon gebruikmaakten.
5.8
Voorts brengt het feit dat het hof de werkwijze bij de Tikkie-fraude en de benodigde snelheid in aanmerking heeft genomen, mij niet tot een ander oordeel. Het hof heeft hiermee mijns inziens tot uitdrukking gebracht dat sprake was van vooropgezet plan. Zonder nadere motivering kan hieruit echter niet worden afgeleid dat de intellectuele bijdrage van de verdachte aan dit plan daarmee ook van voldoende gewicht was om te kunnen spreken van medeplegen.
5.9
Het middel slaagt in zoverre.
6. Het derde middel
6.1
Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 3 in strijd met art. 342 lid 2 Sv uitsluitend steunt op de verklaring van één getuige, namelijk aangeefster [slachtoffer 3] .
6.2
Volgens de steller van het middel staan de schermopnamen die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen in een te ver verwijderd verband van feit 3 en heeft het hof deze schermopnamen in zijn nadere bewijsoverweging bezien tegen de achtergrond van feit 2.
6.3
Bij de beoordeling van het middel stel ik het volgende voorop. De Hoge Raad heeft in recente arresten over het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv het volgende vooropgesteld:
“Volgens artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342 lid 2 Sv, maar daarover slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid geven door het beslissen van concrete gevallen. Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd.”3.
6.4
Uit de nadere bewijsoverweging van het hof blijkt dat het hof het bewijs van het feitencomplex ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 3] heeft gebaseerd op de inhoud van de verklaring van de aangeefster [slachtoffer 3] , hetgeen is aangetroffen op de telefoon van de verdachte en het bewijs in de zaken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
6.5
Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (bewijsmiddel 13) blijkt dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij via Marktplaats werd benaderd met het verzoek om € 0,01 over te maken. Daartoe heeft zij een betaalverzoek met een link ontvangen, waarop zij heeft geklikt en haar ING-inloggegevens heeft ingevuld. Voorts blijkt uit dit proces-verbaal dat [slachtoffer 3] meermalen heeft geprobeerd een bedrag van € 0,01 te betalen en dat dit uiteindelijk gelukt is. Uit het door het hof voor het bewijs gebruikte proces-verbaal digitaal onderzoek GSM (bewijsmiddel 9) volgt dat op de telefoon die – blijkens bewijsmiddel 10 – is aangetroffen in de tuin van de verdachte, ontvangen schermopnamen zijn aangetroffen met diverse bankgegevens van de bankrekening “ [rekeningnummer 2] ” op naam van “ [slachtoffer 3] ” en een tikkie link van € 0,01 cent op de website genaamd “tlkkieme.nl”. Ook blijkt uit dit proces-verbaal dat op deze telefoon bestanden zijn aangetroffen die samen deel uitmaken van een website, mogelijk om login gegevens van gebruikers van deze website af te vangen.
6.6
Bewijsmiddel 9 bevestigt daarmee dat de bankgegevens van [slachtoffer 3] zijn verworven en dat sprake is geweest van een betaalverzoek ter hoogte van € 0,01 cent. Anders dan de steller van het middel, ben ik van oordeel dat geen sprake is van een te ver verwijderd verband tussen de getuigenverklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal. De verklaring van [slachtoffer 3] vindt derhalve reeds voldoende steun in bewijsmiddel 9.
6.7
Het middel faalt.
7. Het vierde middel
7.1
Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 3 bewezenverklaarde feit ten aanzien van de aangeefster [slachtoffer 3] ontoereikend is gemotiveerd, aangezien niet uit de bewijsvoering kan volgen dat ING Bank is bewogen tot de afgifte van een geldbedrag.
7.2
In de toelichting op het middel wordt daartoe aangevoerd dat met betrekking tot het feitencomplex van het slachtoffer [slachtoffer 3] niet uit de bewijsmiddelen blijkt dat er goederen zijn gekocht, anders dan bij de feitencomplexen van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Bovendien blijkt uit de aangifte van [slachtoffer 3] (bewijsmiddel 13) dat de ING een overschrijving heeft kunnen voorkomen en blijkt uit de nadere bewijsoverweging dat het hof dit ook zo opvat. Gelet hierop zou uit de bewijsvoering niet kunnen volgen dat ING Bank door de verdachte of zijn mededader(s) is bewogen tot daadwerkelijke afgifte van een geldbedrag.
7.3
Onder 3 is – kort gezegd – bewezenverklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen ING Bank (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), door inloggegevens van de bankrekening van onder meer [slachtoffer 3] heimelijk en zonder toestemming te verwerven en met die gegevens in te loggen op de server en/of de website en/of een netwerk van ING Bank en één of meerdere goederen aan te kopen en/of te betalen, waardoor ING Bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.
7.4
Deze bewezenverklaring is gebaseerd op art. 326 Sr. Dit misdrijf is pas voltooid wanneer de derde is bewogen tot afgifte.4.De persoon jegens wie het misdrijf wordt gepleegd is bewogen tot afgifte wanneer hij het afgeeft.5.Van afgifte is slechts sprake wanneer het goed uit de beschikkingsmacht van de ander raakt.6.In Noyon/Langemeijer/Remmelink wordt gesteld dat de woorden “bewegen tot” in de zin van art. 326 Sr niet zo moeten worden begrepen dat het te kennen geven van de wil tot afgifte reeds voldoende is.7.
7.5
De door het hof gebruikte bewijsmiddelen houden niet in dat door de verdachte of zijn mededader(s) goederen zijn aangekocht ten laste van de bankrekening van [slachtoffer 3] . Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (bewijsmiddel 13) blijkt enerzijds dat de ING de overschrijving heeft kunnen voorkomen. Anderzijds wordt hierin vermeld dat een bedrag van € 2,51 is overgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] op naam van – de voor [slachtoffer 3] onbekende – [naam 8] en [naam 9] . Gelet op deze tegenstrijdigheid, kan uit dit bewijsmiddel mijns inziens niet zonder meer worden afgeleid dat een overschrijving heeft plaatsgevonden, temeer nu het hof in zijn nadere bewijsoverweging heeft benadrukt dat de ING Bank door tijdig ingrijpen een overschrijving heeft kunnen voorkomen.
7.6
Dit brengt mee dat de bewezenverklaring van feit 3 ontoereikend is gemotiveerd ten aanzien van het feitencomplex van de aangeefster [slachtoffer 3] .
7.7
Het middel slaagt.
8. Het vijfde middel
8.1
Het middel houdt in dat de inzendtermijn in de cassatiefase is geschonden.
8.2
Op 19 oktober 2022 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 10 augustus 2023 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dit betekent dat de in dit geval geldende inzendtermijn in cassatie van acht maanden is overschreden met ruim een maand. Een voortvarende behandeling van de zaak in cassatie behoort niet meer tot de mogelijkheden. Als de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigt, zal de rechter naar wie de zaak wordt teruggewezen of verwezen over deze schending van de redelijke termijn in de cassatiefase moeten oordelen en kan het vijfde middel onbesproken blijven.
9. Het derde middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Het eerste, tweede, vierde en vijfde middel slagen.
10. Ambtshalve merk ik op dat namens de verdachte op 19 oktober 2022 cassatie is ingesteld. Dat betekent dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM geschonden. Indien de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigt, zal de rechter naar wie de zaak zal worden teruggewezen of verwezen ook met deze overschrijding van de redelijke termijn rekening moeten houden bij de eventuele strafoplegging.
11. Voor het overige heb ik ambtshalve geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde voor wat betreft de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 19‑11‑2024
Recent herhaald in HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:439, r.o. 2.3. In deze uitspraak wordt verwezen naar HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390, m.nt. P.A.M. Mevis.
HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1156, r.o. 2.3; HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1116, r.o. 2.3; HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:643, r.o. 2.3. In deze uitspraken wordt verwezen naar HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452, NJ 2010/515, m.nt. M.J. Borgers.
Dan wel tot het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld. In de onderhavige zaak is slechts de afgifte van enig goed bewezenverklaard.
HR 23 maart 1931, ECLI:NL:HR:1931:141; HR 13 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0064, r.o. 7.3.2.