Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (11/02598), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.
HR, 25-09-2012, nr. 11/05477
ECLI:NL:HR:2012:BX6934
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25-09-2012
- Zaaknummer
11/05477
- Conclusie
Mr. Knigge
- LJN
BX6934
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2012:BX6934, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑09‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX6934
ECLI:NL:HR:2012:BX6934, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑09‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX6934
- Vindplaatsen
Conclusie 25‑09‑2012
Mr. Knigge
Partij(en)
Nr. 11/05477
Mr. Knigge
Zitting: 28 augustus 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2011 verdachte wegens "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
2.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.1.
3.
Namens verdachte heeft mr. S.V. Jansen, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4.
Het middel
- 4.1.
Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van "voorbedachten rade" en "opzet".
- 4.2.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is geweest van een noodlottig ongeluk bij een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes. De verdachte zou ongelukkigerwijs zijn balans hebben verloren en het slachtoffer met enige snelheid met het zware mes hebben geraakt in de nek, waardoor het dodelijk letsel is opgetreden.
- 4.3.
Het Hof heeft het verweer voorzover inhoudende dat geen sprake is geweest van voorbedachten rade gemotiveerd verworpen, terwijl voorts uit de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring (met inbegrip van het opzet) kan worden afgeleid. Niet onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geconcludeerd dat de verdachte handelde met opzet en met voorbedachten rade. Dat de steller van het middel kennelijk een andere selectie en waardering van de bewijsmiddelen voor ogen staat, doet daar niet aan af. Het middel miskent dat die selectie en waardering is voorbehouden aan de feitenrechter en dat die selectie en waardering in het algemeen geen motivering behoeft.
5.
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
6.
Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 25‑09‑2012
Uitspraak 25‑09‑2012
Inhoudsindicatie
HR: art. 81 RO.
Partij(en)
25 september 2012
Strafkamer
nr. S 11/05477
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 mei 2011, nummer 22/003679-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Veenhuizen, locatie Esserheem" te Veenhuizen.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.V. Jansen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer W.F. Groos als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 september 2012.