Prg. 2024/7
Bescherming consument niet absoluut. De verzettermijn na een verstekvonnis moet worden gehandhaafd, ondanks onduidelijkheid of de rechter oneerlijke bedingen heeft beoordeeld.
HR 24-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1627
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
23/01007
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Vermogensrecht / Europees vermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1627, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:817, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑09‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Moet wettelijke termijn voor verzet buiten toepassing blijven, indien onduidelijk is of rechter onderzoek heeft gedaan naar oneerlijke bedingen in contract met consument?
Nee. Rechterlijke beslissingen moeten op enig moment definitief worden, bescherming van consument is niet absoluut.
Samenvatting
De kantonrechter heeft in een huurkwestie prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. In een verstekvonnis is onduidelijk of de rechter wel aandacht heeft geschonken aan eventuele oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13/EEG in de overeenkomst met de consument. De vraag ligt nu voor of daardoor de verzettermijn buiten toepassing moet blijven.
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.