NJ 1938/504
Uitlokking tot meineed. Dat die uitlokking door „bedreiging" is geschied is uit de bewijsmiddelen niet op te maken.
HR 08-11-1937, ECLI:NL:HR:1937:268, m.nt. Prof.mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 1937
- Magistraten
Mrs. Visser, Taverne, de Menthon Bake, Servatius en van der Meulen
- Zaaknummer
[08111937/NJ_1938_504]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof.mr. W.P.J. Pompe
- JCDI
JCDI:ADS130599:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1937:268, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑1937
- Wetingang
(Sr art. 47 lid 2, art. 207.)
Essentie
Uitlokking tot meineed. Dat die uitlokking door „bedreiging" is geschied is uit de bewijsmiddelen niet op te maken.
Samenvatting
Uit de verklaringen van req. én get. B., welke inhouden, dat req. vóór de in de t.l.l. bedoelde terechtzitting van het Kantongerecht aan B. heeft gezegd, dat deze hem helpen moest, omdat als req. veroordeeld werd, hij zijn zaak niet langer zou kunnen voortzetten, en dat B. dan zonder werk op straat zou staan, kan niet worden opgemaakt, dat req, tegenover dien get. geuit heeft een „bedreiging" in den zin van art. 41 ten 2° Sr., zooals bewezen werd verklaard. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.