BA 2014/158
Alcoholslotprogramma, criminal charge, evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel
RvS 16-07-2014, ECLI:NL:RVS:2014:2599
- Instantie
Raad van State
- Datum
16 juli 2014
- Zaaknummer
201300648/1/A3
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2014:2599, Uitspraak, Raad van State, 16‑07‑2014
- Wetingang
Art. 3:4 Awb; art. 6 lid 1 en art. 7 lid 1 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM); art. 15 lid 1 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR); art. 28 lid 1 onder 5 Wetboek van Strafrecht (WvSr); art. 130, 131 en 132b Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994); art. 2 en 17 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (Regeling); art. 19c en 132a Reglement rijbewijzen
Essentie
Alcoholslotprogramma, criminal charge, evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel
Samenvatting
Bezien in het licht van de arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens moet de aan appellant opgelegde maatregel [van deelname aan een alcoholslotprogramma; asp] wegens de zwaarte ervan worden aangemerkt als een maatregel gebaseerd op een ‘criminal charge’. Dat brengt mee dat de evenredigheid van de maatregel indringend wordt getoetst, indien in rechte een beroep op dat beginsel is gedaan. Gelet op de door de wetgever gemaakte afweging zijn [de toepasselijke regels] met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel tot stand gekomen. De maatregel van het asp kan niet worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.