NJB 2024/1654:Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van voldoende steunbewijs in verband met art. 342 lid 2 Sv in verkrachtingszaak, art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: wat de verdediging over het ontbreken van steunbewijs voor de tenlastegelegde verkrachting naar voren heeft gebracht in het licht van de eerdere recente mishandeling van de aangeefster door de verdachte, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het bij de aangeefster waargenomen letsel is ontstaan bij de tenlastegelegde verkrachting, kan niet anders worden opgevat dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie aan het hof is voorgelegd. Het hof is in zijn uitspraak van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door het proces-verbaal van forensisch onderzoek naar de letsels van de aangeefster voor het bewijs van de tenlastegelegde verkrachting te gebruiken, maar heeft in strijd met art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die tot die afwijking hebben geleid.