JWB 2015/59
Insolventierecht
HR 06-02-2015, ECLI:NL:HR:2015:228
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 februari 2015
- Zaaknummer
13/05266
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:228, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑02‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:2116, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑11‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑01‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑10‑2013
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
In cassatie staat een geschil tussen een faillissementscurator en de Rabobank centraal. Concreet de inningsbevoegdheid van de pandhouder als separatist ex artikel 57 Fw tegenover de bevoegdheid van de curator ex artikel 58 lid 1 Fw om de verpande goederen na afloop van een redelijke termijn op te eisen.
Rechtsvraag
Kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat de curator na het verstrijken van de termijn redelijkerwijs geen gebruik mag maken van zijn bevoegdheid de pandhouder te beletten het pandrecht te executeren?
Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele beroep. Ten aanzien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.