NJ 1926, p. 777
Condictio indebiti. Natuurlijke verbintenis. Voorschriften van moraal en fatsoen.
HR 12-03-1926, ECLI:NL:HR:1926:AG1802, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 1926
- Magistraten
Mrs. Bosch, Savelberg, Jhr. Feith, Visser en van den Dries.
- Zaaknummer
[12031926/NJ_1926,_p._777]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS122208:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1926:AG1802, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑1926
- Wetingang
(BW art. 1395.)
Essentie
Condictio indebiti. Natuurlijke verbintenis. Voorschriften van moraal en fatsoen.
Samenvatting
[Terugvordering door een ontslagen gemeente-bouwmeester van een bedrag van f 35,000 door hem van een aannemer van gemeentetvoningen ontvangen en in de gemeentekas gestort.]
Op grond van de geschiedenis van art. 1395, tweede lid moet worden aangenomen dat daarbij ook is gedacht aan gevallen, waarin de betrokkene voldoet aan een verplichting jegens een ander, welke slechts berust op de voorschriften van moraal of fatsoen.
Het Hof heeft kennelijk aangenomen, dat eischer het van den aannemer ontvangen bedrag aan de gemeente Gouda heeft afgestaan, omdat hij zich daartoe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.