RFR 2024/106
Rechtbank legt door partijen overeengekomen zorgregeling vast in beschikking. Hoger beroep daartegen mogelijk?
HR 28-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:968
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/04744
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981654:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:968, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:464, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑12‑2023
- Wetingang
Art. 3:303 BW; art. 130, 358 lid 1, 362 jo. 283 Rv
Essentie
Ter zitting gemaakte afspraak zorgregeling vastgelegd in beschikking van de rechtbank.
Kan vrouw in hoger beroep wijziging van zorgregeling verzoeken of geldt: “geen belang, geen actie”?
Samenvatting
De Hoge Raad dient in deze zaak de vraag te beantwoorden of een beschikking van de rechtbank waarin een tussen partijen ter zitting overeengekomen zorgregeling is vastgelegd, vatbaar is voor hoger beroep. De vrouw in kwestie is namelijk in hoger beroep gekomen van deze beschikking en wenst wijziging van de ter zitting overeengekomen zorgregeling. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Het hof verwijst daarbij naar het feit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.