Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/286
286 Voorlopig getuigenverhoor tijdens een aanhangig geding
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458296:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Hertogenbosch 21 maart 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA7783. Zie ook Hof ’s-Gravenhage 4 oktober 1985, ECLI:NL:GHSGR:1985:AB8872, NJ 1987, 422, waarin het hof in het vergevorderde stadium van de hoofdzaak (welk stadium wordt niet duidelijk) geen reden zag het voorlopig getuigenverhoor af te wijzen, omdat de wet voorziet in de mogelijkheid van een voorlopig getuigenverhoor tijdens hoger beroep.
Hof ’s-Gravenhage 4 oktober 1985, ECLI:NL:GHSGR:1985:AB8872, NJ 1987, 422.
Vgl. Hof Leeuwarden 6 september 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY8002.
HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF3938, NJ 2008, 608 en JBPr 2009, 12, m.nt. E.F. Groot (Udo/Renault).
De wet maakt het mogelijk om tijdens een aanhangig geding een voorlopig getuigenverhoor te bevelen (art. 186 Rv, zie nr. 154). De enkele omstandigheid dat de hoofdzaak al aanhangig is, in eerste aanleg dan wel in hoger beroep of cassatieberoep, is daarom geen reden om onvoldoende belang aan te nemen.1 Hetzelfde geldt voor de enkele verwachting van een tussenuitspraak die duidelijkheid kan scheppen over de bewijslevering. De rechter zal daarom voor het oordeel dat onvoldoende belang bestaat vanwege het stadium van de hoofdzaak niet mogen volstaan met de motivering dat aan de rechter in de hoofdzaak moet worden overgelaten of, en waarover, bewijs moet worden geleverd.2 Ook kan het hof een voorlopig getuigenverhoor van getuige X niet afwijzen als in de hoofdzaak een grief is ingediend tegen de beslissing om getuige X niet te horen.3 Het argument dat in de hoofdzaak in hoger beroep deze grief zal worden beoordeeld, gaat niet op. De wetgever heeft een voorlopig getuigenverhoor tijdens het hoger beroep in de hoofdzaak mogelijk gemaakt en uiteraard ziet dat voorlopig getuigenverhoor op onderwerpen waarover in de hoofdzaak in hoger beroep wordt geprocedeerd. Dit alles betekent echter niet, zoals hierna zal blijken, dat een voorlopig getuigenverhoor moet worden bevolen ongeacht het stadium waarin de hoofdzaak zich bevindt.4