Vgl. HR 3 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2931, rov. 3.3. Zie ook de conclusie van plv. AG Van Wees, ECLI:NL:PHR:2024:651, onder 5.5. De Hoge Raad kwam vanwege een slagend eerste middel niet toe aan de bespreking van het middel over de verbeurdverklaring.
HR, 25-03-2025, nr. 22/04217
ECLI:NL:HR:2025:453
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25-03-2025
- Zaaknummer
22/04217
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:453, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:78
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2022:4711
ECLI:NL:PHR:2025:78, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑02‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:453
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0110
Uitspraak 25‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Medeplegen handel in cocaïne (art. 2.B Opiumwet). Verbeurdverklaring 2 telefoons, art. 33a.1.c Sr. Heeft hof verbeurdverklaring toereikend gemotiveerd? Onder “strafbaar feit” en “feit” in art. 33a.1 Sr moet telkens bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat 1 van de in art. 33a.1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit (vgl. HR:2020:9). In aanmerking genomen wat is bewezenverklaard en mede gelet op wat hof in bewijsvoering daarover heeft vastgesteld, is ’s hofs oordeel dat bewezenverklaarde met behulp van 2 inbeslaggenomen telefoons is begaan of voorbereid, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Hof heeft immers geen vaststellingen gedaan waaruit kan volgen dat deze telefoons zijn gebruikt bij (voorbereiden van) bewezenverklaard feit. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring telefoons en terugwijzing. CAG (strekking): teruggave telefoons aan verdachte. Samenhang met 22/04350.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04217
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2022, nummer 20-001708-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen telefoons, tot het gelasten van teruggave van deze telefoons aan de verdachte en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van twee telefoons.
2.2.1
In het vonnis van de rechtbank, dat in zoverre door het hof is bevestigd, is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij:
“op 5 november 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“- het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] onder meer zakelijk weergegeven inhoudende [pag. 125 t/m 131].
Op 5 november 2018 hoorde ik, [verbalisant 4] , omstreeks 14:34 uur over de tap dat er een deal zou gaan plaatsvinden ter hoogte van [a-straat] met [betrokkene 1] als afnemer. Omstreeks 15:05 uur zag ik, [verbalisant 6] , dat een Peugeot 3008 geparkeerd stond op de parkeerplaats van [a-straat] . Ik herkende de persoon die uit het voertuig stapte als de afnemer [betrokkene 1] . Omstreeks 15:16 uur zag ik dat een Peugeot 206, voorzien van het [kenteken] , aan kwam rijden en direct naast de genoemde Peugeot 3008 parkeerde. Ik, [verbalisant 6] , zag dat er over en weer contact werd gemaakt tussen [betrokkene 1] en de bijrijder van de Peugeot 206.
(...)
Op 5 november 2018 luisterde ik, [verbalisant 4] , de tap uit en tot 14:45 uur hoorde ik, aan de stem van de gebruiker van het [telefoonnummer] , dat [betrokkene 2] de persoon betrof die de telefoongesprekken aan nam, dan wel voerde. Uit de gesprekken kon ik opmaken dat [betrokkene 2] regelmatig andere personen aanstuurde om de drugs te gaan leveren.
- het relaas van [verbalisant 7] onder meer zakelijk weergegeven inhoudende [pag. 42].
Op 5 november 2018, omstreeks 15:20 uur, hoorde ik van de collega’s van het onderzoeksteam dat er een deal plaatsvond op de parkeerplaats bij [a-straat] , gelegen aan [b-straat] te [plaats] waarbij de verdachten in een Peugeot, voorzien van het [kenteken] , zaten. Ik zag dat de verdachte, naar later bleek [verdachte] , uit de auto kwam en zijn beide handen in zijn nektas had zitten. Ik keek in de nektas en zag dat er een transparante plastic zak in de nektas zat. Ik zag dat in deze transparante zak meerdere kleine gripzakjes zaten.
- het relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] [proces-verbaal aanhouding] onder meer zakelijk weergegeven inhoudende [pag. 65 en 66].
Op 5 november 2018, omstreeks 15:20 uur, hielden wij als bestuurder van een Peugeot 206, voorzien van het [kenteken] , aan een persoon genaamd [betrokkene 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, wonende te [c-straat 1] .
- het relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 4] onder meer zakelijk weergegeven inhoudende [pag. 138 t/m 141].
Op 6 november 2018 werd door mij, [verbalisant 4] , verdovende middelen getest en gewogen. De aangetroffen drugs werden op 5 november 2018 bij [verdachte] in beslag genomen.
- Cocaïne PL2100-2018298600-1423922
De totale inhoud van de 15 seals betrof netto 3,0 gram. De witte brokjes werden als monster verpakt in een gripzakje voorzien van het SIN-nummer AADJ5797NL .
- Cocaïne PL2100-2018208600-1424288
De totale inhoud van de 21 gripzakjes betrof netto 6,3 gram. De witte brokjes werden als monster verpakt in een gripzakje voorzien van het SIN-nummer AADJ5794NL
- Cocaïne PL2100-2018208600-1424291
De totale inhoud van de 19 gripzakjes betrof netto 1,9 gram. De witte brokjes werden als monster verpakt in een gripzakje voorzien van het SIN-nummer AADJ5795NL .
- Een deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 20 november 2018, nummer 2018.11.20.157 (aanvraag 001 ), opgemaakt door [betrokkene 4] , inhoudende [pag. 194]
AADJ5794NL : bevat cocaïne
- Een deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 21 november 2018, nummer 2018.11.20.157 (aanvraag 002 ), opgemaakt door [betrokkene 5] , inhoudende [pag. 193]
AADJ5795NL : bevat cocaïne
- Een deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 21 november 2018, nummer 2018.11.20.157 (aanvraag 003 ), opgemaakt door [betrokkene 5] , inhoudende [pag. 195]
AADJ5797NL : bevat cocaïne
- Een kennisgeving van inbeslagneming van 6 november 2018, onder meer zakelijk weergegeven inhoudende [pag. 61 en 62].
Aangetroffen tijdens insluitingsfouillering op 5 november 2018 in een nektasje. Totaal gewicht van de cocaïne betreft 11,2 gram. Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [plaats] .
- Goednummer PL2100-2018298600-1423922 ;
- Goednummer PL2100-2018208600-1424288 ;
- Goednummer PL2100-2018208600-1424291 .
- De verklaring van [betrokkene 1] [afnemer] op 5 november 2018 aan [verbalisant 4] afgelegd [pag. 175 t/m 178]
U houdt mij voor dat van het [telefoonnummer] op 5 november 2018 de telecommunicatie werd opgenomen en uitgeluisterd en dat ik als koper naar voren kwam die inbelde op dat nummer. Dat klopt. Ik belde dat nummer voor een snuif cocaïne.”
2.3
Het hof heeft, met vernietiging in zoverre van het vonnis van de rechtbank, aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf opgelegd. Het hof heeft het vonnis voor het overige bevestigd, dus met inbegrip van de beslissing tot verbeurdverklaring van de twee inbeslaggenomen telefoons. In dat vonnis is over de verbeurdverklaring van de telefoons overwogen en beslist:
“De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorden.
(...)
De uitspraak
De rechtbank:
(...)
verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
- een telefoon, merk Nokia [goednummer 1424440 ] en
- een telefoon, merk Nokia [goednummer 1424442 ].”
2.4.1
Artikel 33a lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:
(...)
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid.”
2.4.2
Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.)
2.5
In aanmerking genomen wat is bewezenverklaard en mede gelet op wat het hof in de bewijsvoering daarover heeft vastgesteld, is het oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde met behulp van de twee inbeslaggenomen telefoons is begaan of voorbereid, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Het hof heeft immers geen vaststellingen gedaan waaruit kan volgen dat deze telefoons zijn gebruikt bij (het voorbereiden van) het bewezenverklaarde feit.
3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en de taakstraf van tachtig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de telefoon, merk Nokia (goednummer 1424440 ) en de telefoon, merk Nokia (goednummer 1424442 );
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak wat betreft die inbeslaggenomen voorwerpen opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.
Conclusie 04‑02‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen van verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne (art. 2.B Opiumwet). Middel over verbeurdverklaring twee telefoons. Oordeel hof dat feit met behulp van de twee telefoons is begaan of voorbereid, is niet zonder meer begrijpelijk. Conclusie strekt tot vernietiging verbeurdverklaring en tot teruggave aan verdachte. Samenhang met 22/04350
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/04217
Zitting 4 februari 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1. Het cassatieberoep
1.1
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 november 2022 het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 augustus 2020, onder aanvulling van gronden en met uitzondering van de opgelegde straf, bevestigd. In dat vonnis is de verdachte veroordeeld wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod”, waarvoor het hof in zijn arrest een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken (met een proeftijd van twee jaren) en een taakstraf van tachtig uren (subsidiair veertig dagen hechtenis en met aftrek van voorarrest) heeft opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank in haar vonnis een beslissing genomen over een aantal in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en in dat verband twee telefoons verbeurd verklaard.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak tegen [medeverdachte 1] (22/04350), waarin ik vandaag ook zal concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de verbeurdverklaring van de twee telefoons.
2. Aan de bespreking van het middel voorafgaande opmerkingen
2.1
Ik heb mij afgevraagd of het hof het vonnis van de rechtbank met betrekking tot de verbeurdverklaring wel heeft bevestigd.
2.2
Het hof zegt in zijn arrest niets over deze verbeurdverklaring en ook het dictum van het arrest houdt daarover niets in.
2.3
De beslissing van het hof luidt:
“Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust met inbegrip van de beslissingen omtrent het beslag onder aanvulling van de bewijsoverwegingen en behalve voor wat betreft de opgelegde straf. Verder dient aan de toepasselijke wettelijke voorschriften artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht te worden toegevoegd.”
2.4
Hieruit volgt dat het hof het vonnis van de rechtbank heeft vernietigd “voor wat betreft de opgelegde straf”. Nu de verbeurdverklaring als bijkomende straf onderdeel uitmaakt van de door de rechtbank opgelegde straf, zou de hiervoor geciteerde passage zo gelezen kunnen worden dat het hof de door de rechtbank uitgesproken verbeurdverklaring heeft vernietigd.
2.5
Ik ga er echter vanuit dat het hof de strafoplegging door de rechtbank slechts heeft willen vernietigen voor wat betreft de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van drie weken en de verbeurdverklaring van de twee telefoons wel in stand heeft willen laten. Dat baseer ik op het volgende. Het hof heeft in de aangehaalde toepasselijke wettelijke voorschriften de art. 33 en 33a Sr over de verbeurdverklaring genoemd. Ook het dictum van het hof biedt aanknopingspunten dat het hof de verbeurdverklaring in stand heeft willen laten. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de opgelegde straf om vervolgens “in zoverre” opnieuw recht te doen en aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf op te leggen, terwijl daarna wordt overwogen dat het vonnis “voor het overige” wordt bevestigd. Mogelijk heeft het hof de beslissing tot verbeurdverklaring door de rechtbank aangemerkt als één van de “beslissingen omtrent het beslag”, omdat de rechtbank de beslissing tot verbeurdverklaring in haar vonnis heeft gemotiveerd onder het kopje “Motivering van de beslissing op het beslag”.
2.6
Hoewel wat ongelukkig door het hof verwoord, bestaat er bij mij – gelet op het voorgaande – geen twijfel dat het hof de door de rechtbank uitgesproken verbeurdverklaring heeft willen bevestigen. Die beslissing kan dus in cassatie worden getoetst.
3. Bespreking van het middel
3.1
Het dictum van het vonnis houdt ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende in:
“De rechtbank:
[…]
verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
- een telefoon, merk Nokia [goednummer 1424440] en
- een telefoon, merk Nokia [goednummer 1424442].”
3.2
De rechtbank heeft de verbeurdverklaring van de telefoons als volgt gemotiveerd:
“De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorden.”
3.3
De steller van het middel voert aan dat het oordeel dat het bewezenverklaarde feit met behulp van de beide telefoons is begaan, zonder nadere motivering niet begrijpelijk is. De rechtbank heeft volgens hem immers geen vaststellingen gedaan waaruit dat zou kunnen volgen.
3.4
Ik meen dat het middel terecht is voorgesteld. Uit de stukken van het geding blijkt inderdaad niet waaruit de rechtbank – en in navolging daarvan het hof – een verband tussen de inbeslaggenomen telefoons en het bewezenverklaarde feit heeft afgeleid.1.De enkele vaststelling in de bewijsvoering dat de verdachte op de door [medeverdachte 2] afgesproken locatie “contact heeft gelegd met de afnemer teneinde de cocaïne aan de afnemer te verkopen” is daarvoor onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet hoe de verdachte dat contact met de afnemer heeft gelegd en – als dat al telefonisch contact geweest zou zijn – ook niet of dat dan gebeurd is met de twee verbeurd verklaarde telefoons.
3.5
De Hoge Raad kan om doelmatigheidsredenen het arrest vernietigen ten aanzien van de uitgesproken verbeurdverklaring van de telefoons, en daarbij de teruggave van die voorwerpen gelasten aan de verdachte.
4. Slotsom
4.1
Het middel slaagt.
4.2
Ambtshalve merk ik op dat sinds het instellen van het cassatieberoep tot aan de datum van deze conclusie reeds twee jaren zijn verstreken, zodat de redelijke termijn is overschreden. Gelet op de door het hof opgelegde straf, kan de Hoge Raad volstaan met de constatering van dat verzuim.2.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen telefoons, tot het gelasten van teruggave van deze telefoons aan de verdachte en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 04‑02‑2025
HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, rov. 3.1.3.