AB 2019/246
College had verzoek om urgentieverklaring voor grotere woning mogen weigeren op basis van GGD-advies. Geen levensontwrichtende situatie. Geen strijd art. 8 EVRM.
RvS 06-02-2019, ECLI:NL:RVS:2019:361, m.nt. A.C. Hendriks
- Instantie
Raad van State
- Datum
6 februari 2019
- Magistraten
Mr. E.J. Daalder
- Zaaknummer
201805937/1/A3
- Noot
A.C. Hendriks
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS50599:1
- Vakgebied(en)
Vastgoedrecht (V)
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:361, Uitspraak, Raad van State, 06‑02‑2019
- Wetingang
Essentie
College wijst verzoek urgentieverklaring op medische gronden terecht af. Geen levensontwrichtende situatie. Advies GGD-arts voldoet aan eisen.
Samenvatting
Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het algemene belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling niet zwaarder had mogen laten wegen dan haar belang om op een normale manier samen met haar zoon te kunnen wonen. In dit geval vloeit voor het college uit art. 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) een positieve verplichting voort om een urgentieverklaring af te geven. Bovendien heeft het niet kunnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.