HR, 25-01-2022, nr. 21/04964
ECLI:NL:HR:2022:36
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25-01-2022
- Zaaknummer
21/04964
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2022:36, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑01‑2022; (Cassatie)
Aanvraag tot herziening van: ECLI:NL:GHAMS:2020:329
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2022-0015
Uitspraak 25‑01‑2022
Inhoudsindicatie
Herziening. Valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op grond van CAG in andere strafzaak, waarin is geconcludeerd tot vernietiging van ’s hofs arrest in die zaak. Een dergelijke conclusie betreft echter (daargelaten de inhoudelijke verschillen tussen de betreffende stafzaken)- geen gegeven in de zin van art. 457.1.c Sv. Aanvraag is kennelijk ongegrond. Afwijzing aanvraag. Vervolg op 20/00397 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a RO).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04964 H
Datum 25 januari 2022
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2020, nummer 23-002113-19, ingediend door M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam,
namens
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
hierna: de aanvrager.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het hof heeft de aanvrager veroordeeld voor valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van twee maanden.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2
De aanvraag beroept zich op een conclusie van 13 april 2021 van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad T.N.B.M. Spronken, in een andere strafzaak, waarin is geconcludeerd tot vernietiging van het in cassatie bestreden arrest van het hof. Een dergelijke conclusie betreft echter - daargelaten de inhoudelijke verschillen tussen de betreffende stafzaken - geen gegeven in de zin van artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is daarom kennelijk ongegrond.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.