Inhoudsopgave
JONDR 2024/382:HR, 19-04-2024, nr. 23/01328
JONDR 2024/382
HR, 19-04-2024, nr. 23/01328
Documentgegevens:
HR 19-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:628
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 2024
- Zaaknummer
23/01328
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:628, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:104, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑05‑2023
- Wetingang
Art. 6:162 BW
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid; motivering.
Uitspraak
Het hof heeft geoordeeld dat de vorderingen gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking konden komen. Als gevolg daarvan had het hof in zijn overwegingen moeten betrekken het betoog van de middellijk directeur/aandeelhouder en feitelijk leidinggever, dat er geen grondslag bestond voor zijn aansprakelijkheid in persoon en dat hij steeds optrad in zijn hoedanigheid van directeur van de betrokken vennootschappen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.