RCR 2024/70
Mediationclausule. Zijn partijen op grond van een bepaalde mediationclausule verplicht om mediation te beproeven voordat zij in rechte (of in arbitrage) een procedure aanhangig maken?
HR 12-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1078
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/04619
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS983336:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1078, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:103, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑01‑2023
- Wetingang
Art. 1065 Rv
Essentie
Mediation. Mediationclausule. Uitleg overeenkomst.
Zijn partijen op grond van een bepaalde mediationclausule verplicht om mediation te beproeven voordat zij in rechte (of in arbitrage) een procedure aanhangig maken?
Samenvatting
CSW (eiseres tot cassatie) en PPSB (verweerster in cassatie) houden zich onder meer bezig met arbodienstverlening en het verlenen van aanverwante diensten. In 2017 verkoopt PPSB haar aandelen in vennootschap X aan CSW. Partijen sluiten hiertoe een koopovereenkomst (hierna: de Overeenkomst). Uit de Overeenkomst blijkt ook dat sprake is van een lening van PPSB aan vennootschap X. Daarnaast bevat de Overeenkomst een beding dat bepaalt dat eventuele uit de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.