NJB 2013/2519
Ingeval de verdachte noch diens raadsman ter terechtzitting is verschenen, kan de rechter niet op de enkele grond dat de dagvaarding voor die terechtzitting een aantekening behelst dat aan de raadsman een afschrift van die dagvaarding is verstrekt aannemen dat aan het voorschrift van art. 51 Sv is voldaan, maar dient hij te onderzoeken of een zodanig afschrift daadwerkelijk aan de raadsman is verzonden (HR 1 juli 1997, NJ 1997/675). Nu in casu niet van zodanig onderzoek blijkt leidt het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid
HR 12-11-2013, ECLI:NL:HR:2013:1171
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
12 november 2013
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, W.F. Groos, V. van den Brink
- Zaaknummer
11/05484
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:1171, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑11‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:1168, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑10‑2013
- Wetingang
(Sv art. 51)
Essentie
Ingeval de verdachte noch diens raadsman ter terechtzitting is verschenen, kan de rechter niet op de enkele grond dat de dagvaarding voor die terechtzitting een aantekening behelst dat aan de raadsman een afschrift van die dagvaarding is verstrekt aannemen dat aan het voorschrift van art. 51 Sv is voldaan, maar dient hij te onderzoeken of een zodanig afschrift daadwerkelijk aan de raadsman is verzonden (HR 1 juli 1997, NJ 1997/675). Nu in casu niet van zodanig onderzoek blijkt leidt het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid
Uitspraak
Inleiding:
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.