V-N 2015/61.15
Moedermaatschappij van fiscale eenheid VPB heeft recht op VPB-teruggaaf
HR 30-10-2015, ECLI:NL:HR:2015:3190, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Merkus Educountancy/Huijzer)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 oktober 2015
- Magistraten
Bakels, Heisterkamp, Snijders, De Groot, Van den Brink
- Zaaknummer
14/01724
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Merkus Educountancy/Huijzer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS922300:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Invordering (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:3190, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑10‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:989, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑06‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑03‑2014
- Wetingang
art. 15 Wet VPB 1969
Essentie
De civiele kamer van de Hoge Raad oordeelt dat B bv, als moedermaatschappij de rechthebbende is met betrekking tot de vordering tot VPB-teruggaaf. Het oordeel van het hof, dat de Wet VPB 1969 geen bepaling bevat die voorschrijft aan welke maatschappij van de f.e. moet worden terugbetaald, is onjuist.
Samenvatting
B bv houdt de aandelen in A bv. Vanaf 2001 bestaat er een fiscale eenheid voor de VPB tussen B bv en A bv. In verband met het verlies over het jaar 2003 bestaat recht op een VPB-teruggaaf van circa € 95.000. In verband met de werkzaamheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.