NJ 1956/309
HR, 14-02-1956
HR 14-02-1956, ECLI:NL:HR:1956:178, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 februari 1956
- Magistraten
Mrs. Fick, Feber rapp., van Berckel, Westerouen van Meeteren, Kazemier
- Zaaknummer
[141956/NJ_1956-309]
- Conclusie
Jhr. Mr. Dr. Van Asch van Wijck
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS110133:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1956:178, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑1956
- Wetingang
(Sv art. 137a.)
Samenvatting
Iemand die opzettelijk een door hem geschreven artikel voor plaatsing in een dagblad, hetwelk in vele exemplaren pleegt te worden verspreid, aan de redactie van dat dagblad aanbiedt, waarna dit artikel in een nummer van het dagblad is opgenomen en afgedrukt, welk nummer in groten getale onder het publiek is verspreid, heeft zich aldus in het openbaar uitgelaten.
De vorm van het onderhavige stuk is een zodanige, dat deze beledigend is zowel wanneer deze gebezigd wordt in een uitlating over de Nederlandse politie als in een uitlating over enig ander orgaan van openbaar gezag.
Voorgaande uitspraak
Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.