NJ 1918, p. 1242
Gedeeltelijke opzegging eener aanneming met instandhouding voor het overige. Algemeen beginsel bij wederkeerige overeenkomsten. Praestatie. Contrapraestatie.
HR 08-11-1918, ECLI:NL:HR:1918:141
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 1918
- Magistraten
Voorzitter: Mr. Jhr. W. H. de Savornin Lohman., Raden: Mrs. B. C. J. Loder, C. O. Segers, H. Hesse en Dr. L. E. Visser.
- Zaaknummer
[08111918/NJ_1918,_p._1242]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1918:141, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑1918
- Wetingang
(BW art. 1302, 1647.)
Essentie
Gedeeltelijke opzegging eener aanneming met instandhouding voor het overige. Algemeen beginsel bij wederkeerige overeenkomsten. Praestatie. Contrapraestatie.
Samenvatting
Bij wederkeerige overeenkomsten geldt als algemeen beginsel, dat eenerzijds de schuldeischer als regel niet verplicht is de hem verschuldigde praestatie aan te nemen, doch anderzijds zijn weigering haar aan te nemen zijn verbintenis tot het verrichten der tegen praestatie onverlet laat.
De wet heeft hieromtrent geen algemeene bepaling noodig geoordeeld, doch dat beginsel
in enkele gevallen nader geregeld, zooals in art. 1647 B. W. en art. 464 K.
Art. 1647 B. W. vormt dan ook geenszins een inbreuk op den ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.