NJB 2025/650
Begrip ‘werkgever’, art. 32 jo art. 1 Arbeidsomstandighedenwet: in casu is ’s hofs oordeel dat op grond van art. 1 lid 2, aanhef en onder a en onder 1°, (oud) Arbeidsomstandighedenwet de verdachte moet worden aangemerkt als werkgever niet zonder meer begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat de verdachte op het moment dat het arbeidsongeval plaatsvond als kapitein het gezag voerde over het varende schip en daarmee ook over de bemanning daarvan, brengt niet mee dat hij daarmee in een zodanige (contractuele) gezagsverhouding tot die bemanningsleden stond dat hij als werkgever in de hiervoor bedoelde zin kan worden aangemerkt. Dat volgt evenmin uit de omstandigheid dat de verdachte binnen het familiebedrijf waarvan medeverdachte B.V. een onderdeel is ‘de nodige invloed lijkt te hebben’.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:411
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, H.G. Sevenster, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03751 E
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:411, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1273, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2024
- Wetingang
(art. 1 Arbeidsomstandighedenwet)
Essentie
Begrip ‘werkgever’, art. 32 jo art. 1 Arbeidsomstandighedenwet: in casu is ’s hofs oordeel dat op grond van art. 1 lid 2, aanhef en onder a en onder 1°, (oud) Arbeidsomstandighedenwet de verdachte moet worden aangemerkt als werkgever niet zonder meer begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat de verdachte op het moment dat het arbeidsongeval plaatsvond als kapitein het gezag voerde over het varende schip en daarmee ook over de bemanning daarvan, brengt niet mee dat hij daarmee in een zodanige (contractuele) gezagsverhouding tot die bemanningsleden stond dat hij als werkgever in de hiervoor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.