Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.6.3
9.6.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583659:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór nr. 65, 68, 340 en 517.
Zie Polak/Wessels IV 2008, nr. 4384; Kortmann & Faber 1995, p. 234.
Zie hiervóór nr. 68, 340 en 520.
Zie hiervóór nr. 68, 340 en 520.
Zie hiervóór nr. 69, 341 en 516. Is zijn bevoegdheid gegrond op een last tot inning, dan zal daartoe bevoegd zijn als dit dienstig kan zijn aan de inning van de vordering (art. 3:62 lid 2 tweede zin BW).
Door het verkrijgen van toestemming kan aansprakelijkheid worden vermeden. Vgl. hiervóór o.a. nr. 74-75 en 200 en hierna nr. 725.
547. Is de stille cedent inningsbevoegd, dan is het de vraag in hoeverre hij voor de uitoefening van de keuzebevoegdheid ex art. 6:88 BW de toestemming van de stille cessionaris behoeft. Daartoe worden de vergelijkbare rechtsfiguren geanalyseerd.
De beheersbevoegde derde, zoals de vruchtgebruiker, de bewindvoerder, de beheersbevoegde deelgeno(o)t(en), de curator, de vereffenaar van de nalatenschap en de executeur, zijn uit hoofde van hun beheersbevoegdheid bevoegd tot het vorderen van nakoming, het omzetten van de vordering in een tot vervangende schadevergoeding en het ontbinden van de overeenkomst als dit aan een goed beheer van de vordering dienstig kan zijn.1 Zij zijn naar mijn mening uit hoofde van hun beheersbevoegdheid eveneens bevoegd tot het uitoefenen van de keuzebevoegdheid ex art. 6:88 lid 1 BW. De schuldenaar dient in dergelijke gevallen de verklaring ex art. 6:88 lid 1 BW aan hen te richten. In faillissement volgt dit ook uit art. 99 lid2 Fw.2 Overeenkomstige toepassing op de andere rechtsvormen, met name bij de vereffening van nalatenschappen (vgl. art. 4:218 lid 5 BW) en de executele, ligt m.i. voor de hand.
De openbaar pandhouder is alleen bevoegd tot het vorderen van nakoming; de pandgever is bevoegd tot het ontbinden van de overeenkomst en het omzetten van de vordering in een tot vervangende schadevergoeding, al dan niet in over leg met de pandhouder.3 De schuldenaar dient zijn verklaring aan de pandhouder en de pandgever gezamenlijk te richten. De pandgever en de pandhouder dienen binnen de gestelde termijn aan de schuldenaar te laten weten of de pandgever zijn bevoegdheid tot ontbinding wenst uit te oefenen, en zo niet, of zij nakoming of vervangende schadevergoeding wensen, op straffe van dezelfde sanctie als genoemd in art. 6:88 lid 1 BW.
Bij derdenbeslag is de beslaglegger bevoegd tot het vorderen van nakoming en het omzetten van de vordering in een tot vervangende schadevergoeding; de geëxecuteerde is bevoegd tot het ontbinden van de overeenkomst.4 De schuldenaar dient zijn verklaring eveneens aan hun beiden gezamenlijk te richten. De beslaglegger en de geëxecuteerde dienen binnen de gestelde termijn aan de schuldenaar te laten weten of de geëxecuteerde zijn bevoegdheid tot ontbinding wenst uit te oefenen, en zo niet, of de beslaglegger van de schuldenaar nakoming of vervangende schadevergoeding wenst, in beide gevallen voor ieder op straffe van sanctie als genoemd in art. 6:88 lid 1 BW.
Wordt een derde pas bevoegd ten aanzien van de vordering nadat de door de schuldenaar gestelde redelijk termijn ex art. 6:88 lid 1 BW is verlopen en heeft de schuldeiser niet medegedeeld welke van de hem bij de aanvang van de termijn ten dienste staande middelen hij wenst uit te oefenen, dan is de derde aan de gevolgen daarvan gebonden.
548. Na de stille cessie zal de stille cedent in de regel eveneens, zij het op verschillende gronden, tot het vorderen van nakoming, tot het omzetten van de vordering in een tot vervangende schadevergoeding en tot ontbinding bevoegd zijn.5 Daaruit volgt naar mijn mening dat de stille cedent ook bevoegd is tot het uitoefenen van de keuzebevoegdheid ex art. 6:88 lid 1 BW. Om een eventuele aansprakelijkheidstelling te vermijden, doet hij er verstandig aan voor de uitoefening van de keuzebevoegdheid de toestemming van de stille cessionaris te verkrijgen.6