NJB 2023/994:Voorhanden hebben van een wapen of munitie: toepassing HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504. Voor een veroordeling daarvoor is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. De in dit verband gebruikte aanduiding van ‘een meerdere of mindere mate’ van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. In casu had verdachte gezien dat deze munitie in de koelkast van een bedrijfspand lag. Toch is het oordeel van het hof dat de verdachte zich toen de munitie enkele dagen later werd aangetroffen bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van de munitie en hij deze munitie toen voorhanden heeft gehad, niet zonder meer begrijpelijk nu het hof voor zijn bewijsvoering verklaringen van de verdachte heeft gebruikt, inhoudende dat hij ‘niet anders [wist] dan dat het weg was’. A-G: anders.