HR, 30-09-2014, nr. 13/04797
ECLI:NL:HR:2014:2846
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30-09-2014
- Zaaknummer
13/04797
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:2846, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑09‑2014; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6974, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1790, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2014:1790, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑08‑2014
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:2846, Gevolgd
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2014-0380
Uitspraak 30‑09‑2014
Inhoudsindicatie
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Partij(en)
30 september 2014
Strafkamer
nr. 13/04797
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 december 2012, nummer 22/001245-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2014.
Mr. Jörg is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Conclusie 26‑08‑2014
Inhoudsindicatie
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Nr. 13/04797 Zitting: 26 augustus 2014 | Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte = verzoeker] |
1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage d.d. 21 december 2012.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/04797, 13/00433, 13/04795, 12/05905 en 13/00377. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG