RBP 2025/30
WAMCA. Moeten de in art. 1018c lid 1 Rv genoemde gegevens ook worden vermeld in de appeldagvaarding en procesinleiding in cassatie?
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:321
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/04864
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- JCDI
JCDI:BSD9613:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:321, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1074, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Obiter dictum. Procesrecht. Ontvankelijkheid.
Moeten de in art. 1018c lid 1 Rv genoemde gegevens ook worden vermeld in de appeldagvaarding en procesinleiding in cassatie?
Samenvatting
Bureau Clara Wichmann c.s. heeft in een WAMCA zaak over indirecte discriminatie met betrekking tot de vergoeding van anticonceptie voor vrouwen zekerheidshalve de gegevens zoals genoemd in art. 1018c Rv opgenomen in haar procesinleiding in cassatie. In een obiter dictum oordeelt de Hoge Raad dat uit de tekst van art. 1018c Rv valt af te leiden dat de verplichtingen uit dat artikel alleen gelden in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.