RFR 2026/48
Personen- en familierecht. Omgang. Heeft het hof de beslissing tot ontzegging van omgang voldoende gemotiveerd?
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:61
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00915
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- JCDI
JCDI:BSD105607:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:61, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2025
- Wetingang
Art. 1:377a BW
Essentie
Personen- en familierecht. Omgang.
Heeft het hof de beslissing tot ontzegging van omgang voldoende gemotiveerd?
Samenvatting
Moeder vraagt uitbreiding van de omgangsregeling tussen haar en haar (toen) 12-jarige dochter. Zij ziet haar dochter, die sinds haar geboorte bij pleegouders woont, een uur per acht weken onder begeleiding. De pleegouders hebben in eerste aanleg inperking van de omgangsregeling verzocht. De rechtbank heeft de verzoeken afgewezen, waarna beide partijen in hoger beroep zijn gegaan. De pleegouders verzochten daarbij primair ontzegging van het recht op omgang. Het hof heeft de moeder het recht op omgang met de minderjarige ontzegd op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.