JWB 2014/419
(Appel)procesrecht
HR 05-12-2014, ECLI:NL:HR:2014:3522
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
5 december 2014
- Zaaknummer
13/05530
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Burgerlijk procesrecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:3522, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 05‑12‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1858, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑10‑2014
- Wetingang
Art.134 Rv; 226 Rv; 251 Rv; 353 lid 1 Rv; Art. 2.21 Landelijk procesreglement gerechtshoven; Art. 81 lid 1 RO
Essentie
(Appel)procesrecht
Samenvatting
Casus
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties wordt verwezen naar de vonnissen in de zaak 378286 / HA ZA 10-3731 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 januari 2011 en 27 juli 2011 en het arrest in de zaak 200.098.260/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013. Tegen het arrest van het hof heeft eiser tot cassatie beroep in cassatie ingesteld.
Rechtsvraag
-
Beslissing
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.