HR, 24-02-1930
ECLI:NL:HR:1930:226
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24-02-1930
- Zaaknummer
[241930/NJ_1930,_p._514_(nr._1)]
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:1930:226, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑02‑1930; (Herziening)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1930:5
- Vindplaatsen
NJ 1930, p. 514 (nr. 1)
Uitspraak 24‑02‑1930
Inhoudsindicatie
-
No.2226.
Herziening.
DE HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN,
(beschikkende in raadkamer)
Gezien het op 23 Januari 1930 ingekomen verzoekschrift van [verzoeker], melkhandelaar, te [plaats] , [a-straat 1] ( [plaats] );
Gelet op de conclusie van den Procureur-Generaal strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in diens verzoek;
Overwegende dat verzoeker vraagt om " de zaak van overtreding van 13 Augustus 1927 te herzien ", doch hij daarbij stelt dat hij op 17 October 1927 door betaling van vijf gulden vrijwillig voldaan heeft aan de voorwaarde, welke door den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Kantongerechten 's-Gravenhage, Delft, Alphen en Woerden, gesteld was op zijn, toenmaals verdachte's, verzoek ter voorkoming van de strafvervolging wegens een overtreding als bedoeld in artikel 83 lid 1 der Arbeidswet 1919, welke hij op 13 Augustus 1927 gepleegd zou hebben "- en nu omstandigheden aanvoert waaruit volgens verzoeker zou voortvloeien dat er in het geheel geen overtreding zou hebben plaats gehad;
Overwegende dat de wet de mogelijkheid van herziening alleen openstelt wanneer er is een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak terwijl zoodanige uitspraak in het onderhavige geval ontbreekt, zoodat de aanvrage niet- ontvankelijk is;
Gezien artikel 457 van het Wetboek van Strafvordering;
Verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Gedaan en gewezen den vier en twintigsten Februari 1900 Dertig bij de Heeren Jhr.de Savornin Lohman, President, Savelberg, Jhr. Feith, Taverne en Kranenburg, Raden, in bijzijn van den Substituut-Griffier Jas.