Rb. Limburg, 11-06-2025, nr. C/03/325198 / BZ RK 23-2359
ECLI:NL:RBLIM:2025:5600
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
11-06-2025
- Zaaknummer
C/03/325198 / BZ RK 23-2359
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2025:5600, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 11‑06‑2025; (Beschikking)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:7676
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:4295
ECLI:NL:RBLIM:2024:4295, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 21‑06‑2024; (Beschikking)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:5600
ECLI:NL:RBLIM:2023:7676, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 29‑12‑2023; (Beschikking)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2025:5600
Uitspraak 11‑06‑2025
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
Partij(en)
RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/325198 / BZ RK 23-2359
Datum uitspraak: 11 juni 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend bij de [zorginstelling] ,
advocaat mr. A.J.T.M. Oudenhoven te Venlo.
1. Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- -
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 december 2023;
- -
de beschikking van de rechtbank van 29 december 2023;
- -
het proces-verbaal van de zitting van 29 december 2023;
- -
de beschikking van de rechtbank van 21 juni 2024;
- -
het proces-verbaal van de zitting van 21 juni 2024;
- -
de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025;
- -
de mail van de mentor, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni 2025.
1.2.
De officier van justitie heeft op 11 december 2023 de rechtbank verzocht een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
1.3.
Bij beschikking van 29 december 2023 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden en de beslissing over de resterende zes maanden aangehouden.
1.4.
Bij beschikking van 21 juni 2024 heeft de rechtbank de zorgmachtiging verleend voor de resterende termijn van zes maanden, dat wil zeggen tot en met 29 december 2024.
1.5.
De Hoge raad heeft bij beschikking van 9 mei 2025 de beschikking van de rechtbank Limburg van 21 juni 2024 vernietigd en het geding terugverwezen naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
1.6.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2025. Daarbij zijn gehoord:
- -
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- -
de psychiater [naam psychiater] ;
- -
de jurist van [zorginstelling] [naam jurist] .
2. De beoordeling
2.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de resterende termijn van zes maanden, dat wil zeggen tot en met 29 december 2024. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
2.2.
In de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025 heeft de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank van 21 juni 2024 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank. De Hoge Raad overweegt in zijn beschikking het volgende.
‘Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn
psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische
verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden
dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Een en ander strookt met de rechtspraak van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens over art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM.3
Het hiervoor in 3.2 overwogene geldt eveneens indien de rechter, nadat hij eerst een
zorgmachtiging heeft verleend voor een kortere duur dan verzocht met aanhouding voor het
overige, beslist over de resterende duur van de verzochte machtiging.
In die situatie dient de rechter na te gaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog
actueel is (art. 5:8 Wvggz). Is deze verklaring niet meer actueel, dan moet een nieuwe
medische verklaring van een onafhankelijk psychiater worden overgelegd of moet de
oorspronkelijke medische verklaring worden geactualiseerd. Actualisering kan ook tijdens de mondelinge behandeling. Die actualisering moet zodanig
concreet zijn dat de rechter daaruit kan afleiden dat de psychiater zich een oordeel heeft
gevormd over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene.
3.4
Gelet op hetgeen hiervoor in 3.3 is overwogen, slaagt de hiervoor in 3.1 weergegeven klacht.’
2.3.
Tijdens de zitting op 5 juni 2025 heeft de advocaat (wederom) gesteld dat er in juni 2024 actuele informatie had moeten zijn van een onafhankelijke psychiater. Dit is belangrijk voor de onafhankelijke en onpartijdige besluitvorming door de rechter. Er was en is echter geen actuele informatie van een onafhankelijk psychiater. De besluitvorming is daarmee onjuist geweest. Dit gebrek kan niet hersteld worden door de psychiater, [naam psychiater] , die bij de hernieuwde behandeling van het aangehouden verzoek op 5 juni 2025 aanwezig is. Deze psychiater was in juni 2024 bij de behandeling betrokken en is dus niet onafhankelijk. Als gevolg van de gebrekkige besluitvorming heeft betrokkene gedurende langere periode zorg ontvangen zonder geldige titel.
2.4.
De rechtbank verstaat de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025 in die zin dat nadat een zorgmachtiging is verleend voor kortere periode dan verzocht, en voor het overige het verzoek wordt aangehouden, voor het verlenen van de zorgmachtiging voor de resterende termijn, nagegaan dient te worden of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is.
De behandelend psychiater, [naam psychiater] , heeft tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren gebracht dat er in juni 2024 onverminderd sprake was van wanen, dat betrokkene nog steeds tegen het gebruik van medicatie was en tegen het verblijf op de afdeling. Betrokkene heeft dit niet weersproken.
Het toestandsbeeld is sinds december 2023 niet veranderd, zo blijkt uit de verklaring van [naam psychiater] .
Dat er bezwaar tegen de medicatie was en dat betrokkene terug wilde naar haar (inmiddels gedeeltelijk vernielde) onderkomen blijkt ook uit het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024.
De rechtbank komt tot de conclusie dat, mede door hetgeen de behandelend psychiater, [naam psychiater] , tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren heeft gebracht en het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024, op 21 juni 2024 de medische verklaring van
6 december 2023 nog actueel en toereikend was.
2.5.
De rechtbank is daarmee van oordeel dat betrokkene in juni 2024 leed aan een psychische stoornis, namelijk schizofrenie.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat er in juni 2024 sprake was van gedrag van betrokkene dat voortvloeide uit deze stoornis, welk ernstig nadeel veroorzaakt. Dit nadeel bestond uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
2.7.
Betrokkene woonde voorafgaand aan de opname in een soort hut in een erbarmelijke en onhygiënische leef- en woonomgeving zonder verwarming, gas, water en elektriciteit. Bovendien was er sprake van een moeizame relatie met het FACT, waarbij ze bij momenten agressief kon zijn en medicatie weigerde.
2.8.
De symptomen van de stoornis van betrokkene waren in juni 2024 weliswaar verbleekt, maar er was desondanks nog sprake van wanen. De medicatie was en is essentieel voor betrokkene om haar toestandsbeeld te verbeteren en stabiel te houden en het ernstig nadeel af te wenden. Het risico dat betrokkene zou stoppen met de medicatie indien het gedwongen kader weg zou vallen was groot. Betrokkene was het immers niet eens met de toediening van de verplichte medicatie.
2.9.
Er waren geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom was verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur, het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024 en het besprokene tijdens de zitting van 5 juni 2025 van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig waren op 21 juni 2024:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.10.
Er waren op 21 juni 2024 geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect zouden hebben.
2.11.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
3. De beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen;
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2024;
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025 door mr. J.J.M. Wassenberg, rechter, in aanwezigheid van N.L.M. Lommen, griffier. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitspraak 21‑06‑2024
Inhoudsindicatie
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Partij(en)
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/325198 / BZ RK 23/2359
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 21 juni 2024 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
wonend te [woonplaats] ,
verblijvende in de [naam kliniek] ,hierna te noemen betrokkene,
advocaat: mr. A.J.T.M. Oudenhoven.
1. Procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift is ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 11 december 2023.
1.2.
De rechtbank heeft op 29 december 2023 een beschikking gegeven naar de inhoud waarvan zij verwijst.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 21 juni 2024.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- -
betrokkene;
- -
de advocaat van betrokkene mr. A.J.T.M. Oudenhoven;
- -
de verpleegkundig specialist [naam verpleegkundig specialist] .
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.
1.5.
De broer, tevens mentor en bewindvoerder van betrokkene, heeft de rechtbank per mail van 20 juni 2024 meegedeeld dat het goed gaat met betrokkene.
Hij is van mening dat het desondanks voor betrokkene niet mogelijk is om terug te keren naar haar oude huisje. Betrokkene was daar angstig enhad daar geen water of stroom.
Volgens de broer is het moment aangebroken, om te kijken naar een beschermde woonvorm
dichterbij Nijmegen die wat kleinschaliger is dan de instelling waar betrokkene momenteel verblijft.
2. De verdere beoordeling
2.1.
Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het goed met haar gaat. In het huis in het bos waar ze verbleef, is brand gesticht. Betrokkene wil dit huis opknappen en aldaar de draad weer oppakken. Ze hoopt dan ook dat ze snel terug kan keren naar haar huis.
Betrokkene ziet beschermd wonen niet zitten en wil weer zelfstandig wonen. Bovendien is ze het niet eens met de depotmedicatie.
2.2.
De verpleegkundig specialist heeft verklaard dat betrokkene momenteel aan het revalideren is. Betrokkene moet nog één operatie ondergaan.
Betrokkene wil niet in de accommodatie verblijven en heeft andere ideeën over haar woonplek. Een beschermde woonvorm of een andere woonvorm dan de huidige afdeling, is een mogelijkheid. Ze wil niet naar een flat op het terrein. Betrokkene wil alleen terug naar haar huis in het bos.
Betrokkene weigert orale medicatie en krijgt een depot toegediend. Hierdoor worden er momenteel geen psychotische kenmerken meer waargenomen bij betrokkene.
Indien de zorgmachtiging niet wordt verleend, zal betrokkene het depot weigeren.
2.3.
De advocaat verzoekt om de resterende termijn van de zorgmachtiging af te wijzen. De raadsman is van mening dat er een nieuw verzoek en een nieuwe medische verklaring had dienen te worden overlegd nu de tussenbeschikking reeds een half jaar geleden is gegeven.
De advocaat verklaart bovendien dat betrokkene terug wil keren naar haar huis in het bos. Begeleid wonen zou kunnen, maar geniet niet de voorkeur.
Volgens de raadsman heeft betrokkene bezwaar tegen de medicatie. Bovendien maakt de raadsman bezwaar tegen de opname in de accommodatie aangezien betrokkene daar alleen maar verblijft vanwege de haar somatische problemen.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.5.
De stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- -
levensgevaar;
- -
ernstig lichamelijk letsel;
- -
ernstige verwaarlozing;
- -
maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene woonde in een soort hut in een erbarmelijke en onhygiënische leef- en woonomgeving zonder verwarming, gas en water, elektriciteit. Bovendien was er sprake van
een moeizame relatie met het FACT, waarbij ze bij momenten agressief kon zijn en medicatie weigerde.
2.6.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke
gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.7.
De rechtbank is, anders dan de advocaat, van oordeel dat de zorgmachtiging voor de resterende termijn nog noodzakelijk is.
Het toestandsbeeld van betrokkene is inmiddels verbeterd dankzij de medicatie. Deze medicatie is essentieel voor betrokkene om haar toestandsbeeld stabiel te houden en het ernstig nadeel af te wenden. Het risico is groot dat betrokkene zal stoppen met de medicatie indien het juridisch kader wegvalt. Ze is het immers niet eens met de toediening van de verplichte medicatie.
Betrokkene moet nog één operatie ondergaan. Indien betrokkene hiervan hersteld is, zal een passende woonplek voor haar worden gerealiseerd. Een andere woonvorm dan de huidige afdeling, zoals een beschermde woonvorm is hierbij een optie.
Hierbij is het belangrijk dat betrokkene de medicatie accepteert en de ambulante zorgverleners toelaat.
De zorgmachtiging is noodzakelijk als zijnde een ‘vangnet’ om adequaat de juiste hulp te kunnen bieden en om tijdig te kunnen ingrijpen wanneer blijkt dat er sprake is van een terugval.
Het bovenstaande noodzaakte, naar het oordeel van de rechtbank, niet tot een actuele medische verklaring. Het doel van het aanhouden van de zorgmachtiging was met name om te bezien of inmiddels een passende woonvoorziening is gerealiseerd.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- -
het opnemen in een accommodatie.
Betrokkene wordt op de afdeling niet beperkt in haar bewegingsvrijheid. De vorm van verplichte zorg te weten “het beperken van de bewegingsvrijheid”, wordt om die reden afgewezen.
2.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.9.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de resterende termijn van zes maanden, en geldt aldus tot en met 29 december 2024.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een opvolgende zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- -
het opnemen in een accommodatie.
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt voor de resterende termijn tot en met
uiterlijk 29 december 2024;
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 21 juni 2024 mondeling gegeven door mr.dr. W. Kieboom, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door P.C.H. van Montfort als griffier, en op 27 juni 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. | ||
Uitspraak 29‑12‑2023
Inhoudsindicatie
De noodzaak van gedwongen zorg.
Partij(en)
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/325198 / BZ RK 23/2359
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 29 december 2023 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
wonend te [woonplaats] ,thans verblijvende in de [zorginstelling] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat: mr. A.J.T.M. Oudenhoven.
1. Procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift is ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 11 december 2023. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- -
het zorgplan van 4 december 2023;
- -
de zorgkaart van 4 december 2023;
- -
de medische verklaring van 6 december 2023;
- -
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 8 december 2023;
- -
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 december 2023. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- -
betrokkene;
- -
de advocaat van betrokkene mr. A.J.T.M. Oudenhoven;
- -
de aios [naam X] .
1.3.
De broer, tevens mentor van betrokkene, heeft de rechtbank per mail van 28 december 2023 meegedeeld dat hij het eens is met de zorgmachtiging. Volgens de broer zal betrokkene zich wederom aan de zorg onttrekken indien de zorgmachtiging niet wordt verleend.
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.
2. De standpunten van partijen
2.1.
Betrokkene is al een jaar opgenomen en is van mening dat haar de vrijheid ontnomen wordt. Volgens betrokkene hoort ze thuis in de rimboe en wil ze niet in [plaatsnaam] wonen. Betrokkene wil geen depot medicatie en alleen maar medicatie voor haar hart.
2.2.
De anios heeft verklaard dat het toestandsbeeld van betrokkene is verbeterd. De wanen zijn naar de achtergrond verdwenen. Indien het juridisch kader wegvalt, zal betrokkene stoppen met de medicatie. In samenspraak met de mentor van betrokkene zal een geschikte woonplek voor betrokkene gezocht worden met voldoende behandeling en waar voldoende begeleiding aanwezig is. Inmiddels is er gekeken naar een flat in [plaatsnaam] . Een terugkeer naar de hut in het bos is uitgesloten.
2.3.
De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat betrokkene niet in de accommodatie wil verblijven. De raadsman erkent dat er hulp en medicatie voor betrokkene noodzakelijk is. Hij maakt zich echter zorgen over het feit dat het vinden van een geschikte woonplek voor betrokkene lang duurt. De advocaat verzoekt om de termijn van de zorgmachtiging te verkorten om zodoende een vinger aan de pols te houden.
3. Beoordeling
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3.2.
Op grond van artikel 5:17 Wvggz in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.
3.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
3.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- -
levensgevaar;
- -
ernstig lichamelijk letsel;
- -
ernstige verwaarlozing;
- -
maatschappelijke teloorgang;
- -
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene woonde in een soort hut in een erbarmelijke en onhygiënische leef- en woonomgeving zonder verwarming, gas en water, elektriciteit. Bovendien was er sprake van
een moeizame relatie met het FACT, waarbij ze bij momenten agressief kon zijn en medicatie weigerde.
3.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
3.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Het toestandsbeeld van betrokkene is inmiddels verbeterd dankzij de medicatie. Deze medicatie is essentieel voor betrokkene om haar toestandsbeeld stabiel te houden en het ernstig nadeel af te wenden. In de komende periode zal er geprobeerd worden om een passende woonplek voor betrokkene te realiseren. Hierbij is het belangrijk dat betrokkene de ambulante zorgverleners toelaat.
De opvolgende zorgmachtiging is noodzakelijk als zijnde een ‘vangnet’ om adequaat de juiste hulp te kunnen bieden en om tijdig te kunnen ingrijpen wanneer blijkt dat er sprake is van een terugval.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
het beperken van de bewegingsvrijheid, bij opname;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- -
het opnemen in een accommodatie, in geval van decompensatie.
3.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden verlenen, en geldt aldus tot en met 29 juni 2024 en voor het overige aanhouden om te kunnen bezien hoe het dan gaat en of er een passende woonvoorziening is gerealiseerd.
De rechtbank zal op een volgende zitting bespreken hoe het toestandsbeeld van betrokkene zich heeft ontwikkeld en hoe de medewerking van betrokkene in de behandeling en het nemen van de medicatie is verlopen.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1.
verleent een opvolgende zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
het beperken van de bewegingsvrijheid, bij opname;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- -
het opnemen in een accommodatie, in geval van decompensatie;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 juni 2024;
4.3.
bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op vrijdag 21 juni 2024 op een nader te bepalen tijdstip en nader te bepalen locatie;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is op 29 december 2023 mondeling gegeven door mr. F. Oelmeijer, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door P.C.H. van Montfort als griffier, en op 11 januari 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. | ||