AB 2022/181
Tijdsverloop. Als één jaar is gewacht met sluiten moet opnieuw een beoordeling worden gemaakt van de noodzaak van het alsnog sluiten. Nieuw besluit.
ABRvS 08-12-2021, ECLI:NL:RVS:2021:2756, m.nt. F.A. Pommer
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
8 december 2021
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, J.E.M. Polak, E.J. Daalder
- Zaaknummer
202006337/1/A3
- Noot
F.A. Pommer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS647927:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:2756, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 08‑12‑2021
- Wetingang
Art. 13b Opw
Essentie
Tijdsverloop kan ertoe leiden dat sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet redelijkerwijs niet meer bijdraagt aan het bereiken van de beoogde doelen. Als een burgemeester een pand nog niet feitelijk heeft gesloten en daar nog wel toe wil overgaan, moet hij daarom opnieuw een beoordeling maken van de noodzaak als meer dan één jaar is verstreken sinds de datum dat de sluiting oorspronkelijk zou zijn ingegaan.
Samenvatting
De Afdeling ziet naar aanleiding van dit betoog aanleiding om duidelijkheid te bieden voor de rechtspraktijk over hoe moet worden omgegaan met tijdsverloop na het nemen van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.