NJB 2024/639
Begrip ‘feit’ in art. 36c en 36d Sr: daarmee wordt een begaan strafbaar feit bedoeld. De rechter die bij afzonderlijke beschikking i.d.z.v. art. 36b lid 1, aanhef en onder 4°, Sr de onttrekking aan het verkeer beveelt, zal moeten vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. Voor de vaststelling dat een strafbaar feit is begaan, volstaat niet het redelijke vermoeden dat zo’n feit is begaan.
HR 05-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:318
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/00515 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:318, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:24, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2024
- Wetingang
(art. 36c Sr)
Essentie
Begrip ‘feit’ in art. 36c en 36d Sr: daarmee wordt een begaan strafbaar feit bedoeld. De rechter die bij afzonderlijke beschikking i.d.z.v. art. 36b lid 1, aanhef en onder 4°, Sr de onttrekking aan het verkeer beveelt, zal moeten vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. Voor de vaststelling dat een strafbaar feit is begaan, volstaat niet het redelijke vermoeden dat zo’n feit is begaan.
Uitspraak
Inleiding
De rechtbank heeft de vordering van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.