Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.1
6.1 Inleiding
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588325:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Nader onderverdeeld in schadevergoedingsvorderingen uit wanprestatie (vervangende schade, vertragingsschade (waaronder wettelijke rente) en gevolgschade), schadevergoedingsvorderingen uit onrechtmatige daad en vergoedingsvorderingen vanwege gemaakte vaststellingskosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De 'vordering tot nakoming' is géén vordering (verbintenis) die naast of in de plaats van de hoofdvordering ontstaat. Het is het vorderen (eisen) van nakoming, dus het innen van de hoofdvordering. Zie hiervóór nr. 64.
De vorderingen jegens derden die in plaats van of naast de hoofdvordering ontstaan, komen aan bod in hoofdstuk 5 (borgtocht, hoofdelijkheid en bankgarantie), hoofdstuk 7 (bijzondere overeenkomsten: koop, verzekering en lastgeving) en hoofdstuk 8 (onrechtmatige daad).
331. In hoofdstuk 5 zijn de rechten aan bod gekomen die dienen ter versterking van het recht op nakoming van de schuldeiser. Deze rechten zijn met name van belang bij de niet-nakoming door de schuldenaar. In vervolg op hoofdstuk 5, komen in dit hoofdstuk 6 aan bod de vorderingen jegens de schuldenaar die in plaats van of naast de hoofdvordering ontstaan en die samenhangen met de niet-nakoming door de schuldenaar. Het betreft de volgende vorderingen jegens de schuldenaar: de wettelijke schadevergoedingsvorderingen,1 de boetevorderingen, de dwangsomvorderingen en de (contractuele) rentevorderingen.2 Ter onderscheiding van de andere vorderingen wordt in dit hoofdstuk de stil gecedeerde vordering de 'hoofdvordering' genoemd.
Als naast of in plaats van de hoofdvordering een vordering ontstaat, is het de vraag wie deze vordering verkrijgt, op grond waarvan en in welke omvang. Een onderscheid wordt gemaakt tussen de vorderingen die vóór de stille cessie, en de vorderingen die ná de stille cessie ontstaan. Bij de verkrijging van vorderingen door de stille cessionaris wordt onderscheiden tussen de overgang van de vordering (derivatieve verkrijging) en het (rechtstreeks) ontstaan van de vordering in het vermogen van de stille cessionaris (originaire verkrijging).
Als de stille cessionaris een vordering verkrijgt, is het voorts de vraag of de stille cedent bevoegd is om deze vordering te innen. Als voor het ontstaan van de vordering een rechtshandeling moet worden verricht, is het de vraag wie daartoe bevoegd is.