RI 2022/41
Vallen vorderingen bedrijfstakpensioenfondsen voor achterstallige pensioenpremies onder reikwijdte WHOA?
HR 25-02-2022, ECLI:NL:HR:2022:328
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 februari 2022
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons
- Zaaknummer
21/03643
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS648541:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:328, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑02‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1152, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑12‑2021
- Wetingang
Essentie
WHOA. Prejudiciële vraag. Pensioenpremies.
Vallen vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen voor achterstallige pensioenpremies onder de reikwijdte van de WHOA?
Samenvatting
De schuldenaar/verzoeker tot homologatie heeft haar schuldeisers, waaronder het bedrijfstakpensioenfonds, een akkoord aangeboden. De schuld aan het bedrijfstakpensioenfonds betreft een achterstand in de betaling van pensioenpremies. Alle klassen van schuldeisers hebben met het akkoord ingestemd. Het bedrijfstakpensioenfonds heeft tegen gestemd. Het verzet zich tegen de door de schuldenaar verzochte homologatie van het akkoord. Het pensioenfonds meent dat zijn vorderingen als ‘rechten van de werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten’ buiten de reikwijdte van de WHOA vallen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.