HR, 14-04-2009, nr. 07/10167 E
ECLI:NL:HR:2009:BH3669
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14-04-2009
- Zaaknummer
07/10167 E
- LJN
BH3669
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2009:BH3669, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑04‑2009
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2009:BH3669
ECLI:NL:HR:2009:BH3669, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑04‑2009; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH3669
- Vindplaatsen
Conclusie 14‑04‑2009
Inhoudsindicatie
Korte conclusie AG. HR: 81 RO.
Nr. 07/10167
Mr. Knigge
Zitting: 17 februari 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot een geldboete van €900,- subsidiair 18 dagen hechtenis.
2. Namens de verdachte heeft mr. A.M.J.C. Janssen, advocaat te Helmond, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof zonder duidelijke nadere motivering voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van de verklaring van getuige [getuige 1], waarvan de betrouwbaarheid gemotiveerd is betwist.
4. Het middel faalt. Dit behoeft geen nadere motivering nu noch het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, noch enig ander belang meebrengt dat wordt uiteengezet waarom het middel niet tot cassatie kan leiden.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uitspraak 14‑04‑2009
Inhoudsindicatie
Korte conclusie AG. HR: 81 RO.
14 april 2009
Strafkamer
Nr. 07/10167
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 10 april 2007, nummer 20/009012-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M.J.C. Janssen, advocaat te Helmond, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. Mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, advocaat te Helmond, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 april 2009.