FED 2017/61
Het begrip exploitatie van art. 16 onderdeel e Wet WOZ wordt ruim uitgelegd
HR 17-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:262, m.nt. G. Groenewegen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 februari 2017
- Magistraten
Koopman Schaap, Fierstra, Groeneveld, Wortel
- Zaaknummer
16/02411
- Noot
G. Groenewegen
- JCDI
JCDI:ADS273980:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Waardering onroerende zaken (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:262, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑02‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑12‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:1255, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑12‑2016
- Wetingang
Art. 228a Gemw
Essentie
Het begrip exploitatie van art. 16 onderdeel e Wet WOZ wordt ruim uitgelegd
Samenvatting
De WOZ-objectafbakening van art. 16 wet WOZ wordt gebruikt bij het bepalen van het voorwerp van de belasting bij de rioolheffing ex art. 228a Gemw, met uitzondering van de regeling inzake recreatieterreinen (art. 16 onderdeel e Wet WOZ). Om daaronder te kunnen vallen moet sprake zijn van exploitatie en dat begrip wordt door de Hoge Raad op basis van de wetsgeschiedenis ruim uitgelegd waardoor daaraan snel wordt voldaan.
Uitspraak
Het geschil betreft 181 aanslagen rioolheffing 2013.