NJ 1954/477
HR, 22-06-1954
HR 22-06-1954, ECLI:NL:HR:1954:112, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 juni 1954
- Magistraten
Mrs Fick, Vrij Rapp., van Berckel, Westerouen van Meeteren, Haga
- Zaaknummer
[22061954/NJ_1954-477]
- Conclusie
Mr. Loeff
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS135101:1
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1954:112, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑06‑1954
- Wetingang
(Derde Uitv.besl. Secr.-Gen. v. Waterstaat v. 18 Juni 1940). 1
Samenvatting
Met betrekking tot een onderneming waarin vervoer als bedoeld (zie arrest — Red.) plaats heeft, is het in paragraaf 1 lid
(1) Derde Uitvoeringsbesl. Secr.-Gen. van Waterstaat van 18 Juni 1940 (Verordeningsblad 1940/4) vervatte verbod tot het vervoeren van goederen ten behoeve van derden langs den weg, indien niet aan den vervoerder voor het betrokken voertuig een daartoe strekkende vergunning is verleend vanwege den Inspecteur-Generaal van het Verkeer, gericht tot en kan worden overtreden door die persoon, die over het plaatsvinden van dat vervoer de beschikking heeft en in zodanige verhouding tot het voertuig staat dat hij voor verkrijging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.