AB 2021/93
Weigering urgentieverklaring. Artikelen 30 en 31 Europees Sociaal Handvest. Betekenis beslissingen Europees Comité Sociale Rechten. Niet bindend maar wel gezaghebbend. EHRM hecht er waarde aan bij de uitleg van het EVRM.
RvS 01-04-2020, ECLI:NL:RVS:2020:922, m.nt. T. Barkhuysen en M.L. van Emmerik
- Instantie
Raad van State
- Datum
1 april 2020
- Magistraten
Mr. C.J. Borman
- Zaaknummer
201904775/1/A3
- Noot
T. Barkhuysen en M.L. van Emmerik
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS257125:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:922, Uitspraak, Raad van State, 01‑04‑2020
- Wetingang
Essentie
Weigering urgentieverklaring. Artikelen 30 en 31 Europees Sociaal Handvest. Betekenis beslissingen Europees Comité Sociale Rechten. Niet bindend maar wel gezaghebbend. EHRM hecht er waarde aan bij de uitleg van het EVRM.
Samenvatting
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie onder 8.6 van de uitspraak van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:435), lenen de artikelen 30 en 31 van het ESH zich niet voor rechtstreekse toepassing door de rechter, omdat deze bepalingen naar hun inhoud niet eenieder verbinden. Ook beslissingen van het ECSR zijn niet bindend voor de verdragsluitende partijen, zodat daaraan in een procedure ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.