NJ 2026/2
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Arbeidsrecht. Geen compensatie bij samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met ‘overige dagen’ waarop niet hoeft te worden gewerkt (art. 8.1 lid 10 cao-MBO); direct onderscheid mannelijke en vrouwelijke werknemers (art. 7:646 lid 1 BW en art. 5 lid 1 onder e Awgb).
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:320, m.nt. B. Barentsen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma K. Teuben
- Zaaknummer
24/01369
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Noot
B. Barentsen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD39454:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:320, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:638, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
- Wetingang
Art. 7:646 BW; art. 5 lid 1 onder e Awgb
Essentie
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Arbeidsrecht. Geen compensatie bij samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met ‘overige dagen’ waarop niet hoeft te worden gewerkt (art. 8.1 lid 10 cao-MBO); direct onderscheid mannelijke en vrouwelijke werknemers (art. 7:646 lid 1 BW en art. 5 lid 1 onder e Awgb).
Samenvatting
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof van een vrouwelijke werknemer onder de cao-MBO kan samenvallen met dagen die niet zijn aangewezen als vakantiedag in de zin van de cao, maar waarop niet behoeft te worden gewerkt. Voor deze ‘overige dagen’ bestaat volgens art. 8.1 lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.