RAR 2026/74
Hoor en wederhoor. Heeft het hof art. 6 lid 1 EVRM en/of art. 19 lid 1 Rv geschonden door zijn oordeel (mede) te baseren op camerabeelden die (advocaat van) werknemer pas bij de mondelinge behandeling in hoger beroep kon openen?
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:409
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.V. Polak, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04522
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD104137:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Arbeidsrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:409, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:988, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Ontslag op staande voet. Arbeidsprocesrecht. Hoor en wederhoor. Bewijsrecht. Equality of arms.
Samenvatting
Werknemer is in dienst getreden bij PostNL als chauffeur op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 27 juli 2023 is hij op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van pakketten tijdens een transport van Tilburg naar Son, hetgeen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.