AB 2015/273
Bevoegdheidsgrondslag in een Unierechtelijke verordening.
CBb 21-02-2014, ECLI:NL:CBB:2014:89, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
21 februari 2014
- Magistraten
Mrs. E. Dijt, R.R. Winter, H.A.A.G. Vermeulen
- Zaaknummer
AWB 13/542
- Noot
R. Ortlep
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921437:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
EU-recht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2014:89, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21‑02‑2014
- Wetingang
Art. 1:3 lid 1 Awb
Essentie
Bevoegdheidsgrondslag in een Unierechtelijke verordening.
Samenvatting
Verweerder heeft in deze brief toepassing gegeven aan artikel 5, vijfde lid, onder b, van Verordening (EG) nr. 854/2004 (hoewel de brief abusievelijk onderdeel a noemt). Deze bepaling geeft verweerder de bevoegdheid het aantal personeelsleden van het officiële personeelsbestand dat bij de slachtlijn van een slachthuis aanwezig moet zijn vast te leggen en wel zo, dat aan alle voorschriften van deze verordening kan worden voldaan. De bepaling ziet, gezien in verband met de overige onderdelen van artikel 5, zowel op de officiële dierenarts als op officiële assistenten. De tekst van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.