RAV 2025/60
Verplaatste schade. Is voor toewijsbaarheid van een vordering ter zake zorgschade vereist dat de benadeelde de derde dient te betalen?
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:853
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/01897
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD24070:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:853, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:134, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Letselschade. Verplaatste schade. Zorgschade.
Is voor toewijsbaarheid van een vordering van een benadeelde tot vergoeding van zorgschade vereist dat hij de derde die de zorg heeft verleend heeft betaald, althans dient te betalen?
Samenvatting
Partijen hebben een rapport laten uitbrengen over de zorgschade. Gerapporteerd werd onder andere dat eiser (de benadeelde) hulp heeft gehad van een vriendin (betrokkene), wier hulp – in tegenstelling tot die van twee andere zorgverleners – niet uit het PGB werd bekostigd.
Vaststaat dat eiser betrokkene niet heeft betaald, dat de (zorg)relatie/arbeidsovereenkomst tussen eiser ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.