Asser Procesrecht 8 Arbitrage en bindend advies
Einde inhoudsopgave
Asser Procesrecht/Sanders, Meijer & Ernste 8 2023/331:331 Geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door arbiters en bindend adviseurs.
Asser Procesrecht/Sanders, Meijer & Ernste 8 2023/331
331 Geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door arbiters en bindend adviseurs.
Documentgegevens:
prof. mr. G.J. Meijer, prof. mr. P.E. Ernste, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
prof. mr. G.J. Meijer, prof. mr. P.E. Ernste
- JCDI
JCDI:ADS858767:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
- Wetingang
art. 267 VWEU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het zal geen verbazing wekken dat ook arbiters en bindend adviseurs van doen krijgen met interpretatie van EU-recht. In het bijzonder doet dit zich voor als zij geconfronteerd worden met Europees mededingingsrecht en met Europees consumentenrecht. Arbiters en bindend adviseurs kunnen, anders dan de gewone rechter, het Hof van Justitie van de Europese Unie geen prejudiciële vragen stellen, zo volgt uit het arrest Nordsee/Nordstern.1 Daarin heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie beslist dat aan arbiters niet de bevoegdheid toekomt om aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen te stellen op grond van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.