Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.5
7.5 Huur van een vordering?
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585936:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.v.T., Parl. Gesch. Huurrecht (2008), p. 157.
Zie Losbladige Huurrecht 2003 (P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt), art. 7:201-202, aant. 22.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 669, onder verwijzing naar de wijzigingen in artikel 3.8.6a, zie V.V. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 649 en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 652-653. Vgl. Biemans 2009d, par. 6.6. Zie voor de huur van aandelen, Breken 1998.
Zie hiervóór nr. 65.
Zie Richtlijn 2009/44/EG van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en kredietvorderingen betreft.
Zie F.E.J. Beekhoven van den Boezem 2010b, p. 38-39; Beekhoven van den Boezem & Bergervoet 2011, p. 50.
Vergelijk bijvoorbeeld art. 3:207 BW, art. 3:212 BW en art. 4:167 lid 1 BW.
Op een in vruchtgebruik gegeven vordering zou dan art. 3:217 BW van overeenkomstige toepassing zijn. Vgl. Biemans 2009d, par. 6.6.
443. Huur heeft geen betrekking op vorderingen. Dit verdient nadere toelichting; hieronder wordt aan (de mogelijkheid tot) de huur van vorderingen afzonderlijk aandacht besteed.
Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie (art. 7:201 lid 1 BW). Huur kan ook op vermogensrechten betrekking hebben. De bepalingen van afd. 7.4.1 t/m 7.4.4 BW (art. 7:201 t/m 7:231 BW) zijn van toepassing, voor zover de strekking van die bepalingen of de aard van het recht zich daartegen niet verzet (art. 7:201lid 2 BW). De parlementaire geschiedenis bij deze bepaling vermeldt dat de huidige redactie is ontleend aan art. 7:47 BW, en noemt intellectuele eigendomsrechten als voorbeeld, maar is verder uiterst summier.1 In de literatuur worden als voorbeelden van vermogensrechten onder meer intellectuele eigendomsrechten, een jachtrecht en vergunningen genoemd.2 Ook een recht van erfpacht leent zich blijkens de parlementaire geschiedenis voor verhuur.3
Bij vorderingen op naam verzet naar mijn mening de aard van het recht zich tegen de toepasselijkheid van de bepalingen van huur. Het is niet duidelijk wat onder het gebruik van vorderingen moet worden verstaan. Uit hoofdstuk 3 blijkt dat daaronder bijvoorbeeld niet het beheer of de inning van de vordering moet worden verstaan.4 Blijkens de toelichting bij Richtlijn 2009/44/EG5 kan bij het 'gebruik' van (krediet)vorderingen niets worden voorgesteld en is een gebruiksrecht voor wat betreft een financiëlezekerheidsovereenkomst tot vestiging van een pandrecht op kredietvorderingen uitgesloten.6 In het Burgerlijk Wetboek valt onder het gebruiken van goederen evenmin het verrichten van beschikkingshandelingen ten aanzien van die goederen, zoals het vestigen van zekerheidsrechten daarop.7 Omdat het gebruik van het vermogensrecht essentieel is om van huur te kunnen spreken, en onduidelijk is wat onder het gebruik van een vordering dient te worden verstaan, lenen de bepalingen van huur zich niet voor overeenkomstige toepassing op vorderingen.
444. Zouden de bepalingen van huur overigens wei van overeenkomstige toepassing zijn op vorderingen, dan zou de nieuwe schuldeiser op grond van art. 7:226 BW aan een door de oude schuldeiser aangegane huurovereenkomst gebonden zijn. De hoofdgerechtigde zou na beëindiging van een recht van vruchtgebruik gebonden zijn aan een door de vruchtgebruiker in eigen naam aangegane huurovereenkomst (art. 3:217 BW; vgl. voor de erfpachter en de opstaller, art. 5:94 en 5:94 jo 5:104lid 2 BW).8 Omgekeerd zou de vruchtgebruiker gebonden aan een door de hoofdgerechtigde aangegane verhuur vóór de vestiging van het beperkte recht (art. 7:226 BW).