NJB 2016/1243:Oplegging bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van Stichting Bureau Jeugdzorg: in aanmerking genomen dat de verdachte in casu ten tijde van de uitspraak in hoger beroep meerderjarig was, had op grond van het toen toepasselijke art. 77aa lid 4 Sr slechts aan een reclasseringsinstelling als bedoeld in art. 14d lid 2 Sr opdracht kunnen worden verleend om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de verdachte daarbij hulp en steun te verlenen. De Hoge Raad herstelt dit verzuim niet zelf omdat het aan het hof is om, mede in het licht van de meerderjarigheid van de verdachte, te oordelen over het nut en de noodzaak van het stellen van bijzondere voorwaarden