NJ 1933, p. 1333
Bepaling in de huw. voorwaarden, dat, bij uitsluiting van elke gemeenschap, alle roerende goederen, tijdens het huwelijk aangekocht, behoudens tegenbewijs geacht worden eigendom van de vrouw te zijn.
HR 31-03-1933, ECLI:NL:HR:1933:136, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 maart 1933
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Kosters, van den Dries, van Gelein Vitringa, Kranenburg.
- Zaaknummer
[31031933/NJ_1933,_p._1333]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS103541:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:136, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑03‑1933
- Wetingang
(BW art. 194-209, 1376; Rv art. 398-429.)
Essentie
Bepaling in de huw. voorwaarden, dat, bij uitsluiting van elke gemeenschap, alle roerende goederen, tijdens het huwelijk aangekocht, behoudens tegenbewijs geacht worden eigendom van de vrouw te zijn.
Samenvatting
De al of niet juistheid van de hij het cassatiemiddel bestreden beslissing, dat de bepaling in strijd is met de openbare orde, kan in het midden blijven, daar aan bedoeld beding, dat het karakter van een overeenkomst draagt, ingevolge art. 1376 B. W., geen werking tegenover derden kan hebben, ‘s Hofs beslissing, dut tegenover derden op dat beding geen beroep kan worden gedaan, is dus in ieder geval juist. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.