NJB 2013/2571
Wederspannigheid art. 180 Sr: in casu kan uit de inhoud van de daartoe gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de verdachte zich tegen de betreffende opsporingsambtenaar heeft verzet ‘door te rukken en trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden’. De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen de verdachte vrij
HR 19-11-2013, ECLI:NL:HR:2013:1345
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 november 2013
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma
- Zaaknummer
11/03332
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:1345, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑11‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:1297, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑09‑2013
- Wetingang
(Sr art. 180)
Essentie
Wederspannigheid art. 180 Sr: in casu kan uit de inhoud van de daartoe gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de verdachte zich tegen de betreffende opsporingsambtenaar heeft verzet ‘door te rukken en trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden’. De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen de verdachte vrij
Uitspraak
Inleiding:
Tegen de verdachte is wat betreft het onder parketnummer 07-653063-10 onder 2 ten laste gelegde bewezenverklaard dat – kort gezegd – hij, toen in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit hadden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.